Naar hoofdinhoud
Een woning is matig tot slecht geïsoleerd indien deze beschikt over een door een erkend energiebedrijf of vakbekwame energieadviseur vastgesteld label C of lager. Indien er geen energielabel aanwezig is, kan de energieadviseur aan de hand van criteria in artikel 4.2 vaststellen of de woning matig tot slecht geïsoleerd is. Criteria voor het vaststellen van een matig tot slecht geïsoleerde woning in het kader van deze beleidsregel: Spouw: Er is een spouw aanwezig die geschikt is voor na-isolatie, maar (na-)isolatie heeft nog niet plaatsgevonden (globaal betreft dit woningen gebouwd voor 1975); of Bij de bouw is maximaal 5 cm spouwmuurisolatie aangebracht en er is nog minimaal 3 cm open luchtspouw over die geschikt is voor bij-isolatie (globaal betreft dit woningen gebouwd tussen 1975 en 1985). Dak: Er is geen dakisolatie aanwezig en het dak bevindt zich direct boven een woonkamer of keuken; In het dak direct boven woonkamer of keuken is minder dan 5 cm dakisolatie aangebracht en bij-isoleren kan een toegevoegde RD-waarde van minimaal 3,5 bereikt worden. Vliering/zolder: Er is sprake van een afgesloten, onverwarmde en niet geïsoleerde vliering of zolder die zich direct boven een woonkamer of keuken bevindt. Ook het bovenliggende dak is niet geïsoleerd. Vloer begane grond: De vloer van woonkamer, slaapkamer en/of keuken is niet geïsoleerd en bevindt zich boven een kruipruimte of onverwarmde opslagkelder. Glas: De ramen van de woonkamer of keuken zijn (gedeeltelijk) voorzien van enkel glas.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel