**1..** De deelnemers hebben de mogelijkheid om, met inachtneming van de door het algemeen bestuur daaraan te verbinden voorwaarden, uit de regeling te treden bij een daartoe strekkend besluit van het college van burgemeesters en wethouders, dat wordt toegezonden aan het algemeen bestuur.
**2..** De uittredende deelnemer dient de andere deelnemers te compenseren voor de verliezen die laatstgenoemden lijden door het uittreden.
**3..** De hoogte van de financiële compensatie en de wijze van voldoening worden bepaald door het algemeen bestuur na advies van een onafhankelijke deskundige.
**4..** De uittreding gaat niet eerder in dan op 31 december van het tweede jaar, volgend op dat waarin het in lid 1 bedoelde besluit is genomen.