De toepassing van de wet zal door de gemeente Oisterwijk op de hieronder aangeduide beschikkingen op de volgende wijze plaatsvinden:
Uitvoering van het eigen onderzoek vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in:
artikel 3 van de Drank- en Horecawet, voor zover de aanvraag ziet op vestiging van een nieuw bedrijf, overname van een bestaand bedrijf of wijziging van de ondernemingsvorm van een commerciële horeca-instelling. Voor paracommerciële inrichtingen geldt artikel 3 onder b van dit beleid;
artikel 30a van de Drank- en Horecawet (melding tot wijziging van het aanhangsel Drank- en horecawetvergunning);
artikel 30b van de Wet op de kansspelen (kansspelautomatenvergunning);
artikel 2:28 APV 2014 (exploitatie smartshop);
artikel 3.4 APV 2014 (seksinrichting, escortbedrijf)
artikel 2:25 APV 2014, voor zover de aanvraag ziet op vechtsportwedstrijden of vechtsportgala's.
Uitvoering van het eigen onderzoek vindt bij onderstaande aanvragen voor een beschikking in beginsel plaats als zij vallen onder de daartoe aangewezen branche en/ of het daartoe aangewezen gebied en de daarbij geldende risico indicatoren:
De aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning bouwactiviteit).
De toepassing blijft beperkt tot de aanvragen met een bouwsom hoger dan € 500.000,of aanvragen die betrekking hebben op de in bijlage 1 bij deze beleidsregels genoemde specifieke risicocategorieën, bijzondere gevallen en/of risicogebieden.
Het eigen onderzoek wordt niet toegepast, ingeval de aanvraag afkomstig is van:
Overheidsinstanties
Semioverheid instanties 1 De semioverheid is een particulier opgezette onderneming waarin de overheid met kapitaal en als garant deelneemt. Kenmerken van semioverheid zijn dat sprake is van wettelijke taken en/of het dienen van een uitgesproken publiek belang, en dat ze (grotendeels) worden gefinancierd door de overheid. Door deze financiële afhankelijkheid kan de overheid in grote mate toezicht houden en invloed uitoefenen op de instellingen.
Toegelaten woning(bouw)corporaties; (toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting conform Woningbesluit 1932 middels een daartoe verstrekte vergunning);
Door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk bij (specifiek) besluit aangewezen aanvragers (b.v. Publiek-Private Samenwerking (PPS)-constructies van particuliere ondernemingen en overheid.)
De aanvraag als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, aanhef en onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1 . 1 lid 1 van die wet (omgevingsvergunning inrichtingen Wet Milieubeheer).
De toepassing blijft beperkt tot de inrichtingen die behoren tot de risico categorieën afval, vuurwerk, transportsector en automobielbranche, alsmede inrichtingen, waar bewerking, verwerking of recycling van afval en/of reststoffen een belangrijk onderdeel is van het productieproces, en betreft zowel de aanvraag van een vergunning als ook de revisie- en wijzigingsvergunning.
Het eigen onderzoek wordt niet toegepast, ingeval de aanvraag afkomstig is van:
overheidsinstanties
semioverheidsinstanties.
De aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.17 van die wet is bepaald, dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de wet kan worden geweigerd (omgevingsvergunning beperkte milieutoets).
De aanvraag als bedoeld in 2:25 APV 2014 (evenementenvergunning), voor zover de aanvraag niet ziet op vechtsportwedstrijden of vechtsportgala's.
De toepassing van het eigen onderzoek blijft daarbij beperkt tot de bij afzonderlijk besluit van de burgemeester van de gemeente Oisterwijk aangewezen evenementenvergunningen.
Uitvoering van het eigen onderzoek vindt bij:
de aanvraag als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, aanhef en onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van die wet, (omgevingsvergunning inrichtingen Wet Milieubeheer), niet behorend tot de risicocategorieën en gevallen als bedoeld in artikel 2.1 tweede lid onder b van deze beleidsregels;
de aanvraag als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet, betreffende een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;
de aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 6 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2014 en de daarop gebaseerde subsidieregelingen als bedoeld in artikel 3 van vorenbedoelde verordening
in beginsel plaats, als bij de aanvraag:
vanuit eigen informatie en/of
vanuit informatie van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of
vanuit het Openbaar Ministerie verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de wet, er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet.
Artikel 2.1