Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Inkomen, vermogen en draagkracht

Onderdeel van Beleidsregel inkomensondersteuning gemeente Horst aan de Maas 2022

1.. Voor individuele bijzondere bijstand komt in aanmerking de belanghebbende met: een minimuminkomen en een bescheiden vermogen; of een inkomen boven het minimuminkomen en bescheiden vermogen voor zover de noodzakelijke kosten zijn draagkracht te boven gaan. 2.. Bij de draagkrachtberekening wordt uitgegaan van de middelen in de maand waarin het recht op bijzondere bijstand ontstaat. Als er sprake is van sterk wisselende inkomsten kan worden afgeweken van de eerste volzin. Het inkomen wordt dan bepaald door het gemiddelde inkomen van de maand waarin het recht bijzondere bijstand ontstaat plus de 2 daaraan voorafgaande maanden. 3.. Voor de draagkracht wordt meegenomen 35% van het inkomen boven het minimuminkomen en het volledige vermogen boven het bescheiden vermogen. 4.. Bij een belanghebbende wordt de draagkracht op nihil vastgesteld als een WNSP is uitgesproken of als hij is toegelaten tot een MSNP. 5.. Het deel van het inkomen waar executoriaal beslag op ligt, telt niet meer voor de draagkracht. 6.. Bij de berekening van de draagkracht wordt de verstrekking op grond van categoriale bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag of individuele studietoeslag buiten beschouwing gelaten. 7.. Bij de bepaling van het inkomen wordt rekening gehouden met de bepalingen in artikel 31 lid 2 Pw. 8.. De draagkracht wordt berekend voor een periode van maximaal 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin het recht op bijstand ontstaat. 9.. In afwijking van lid 8 wordt voor de belanghebbende die een uitkering voor de kosten van levensonderhoud op grond van de Pw ontvangt de draagkracht eenmalig vastgesteld tot het moment waarop de algemene bijstand worden beëindigd. Via een ambtelijk heronderzoek wordt besloten of voortzetting van de bijzondere bijstandsverlening na deze einddatum noodzakelijk is. 10.. In afwijking van lid 8 wordt voor de belanghebbende ouder dan de pensioengerechtigde leeftijd de draagkracht eenmalig vastgesteld voor de duur van het leven, dan wel tot het moment dat belanghebbende niet langer in de gemeente woont. Tenzij sprake is van een financiële wijziging. 11.. Als een recht op periodieke bijzondere bijstand bestaat wordt de bijstand toegekend voor een periode vanaf de ingangsdatum van de bijstand tot maximaal het einde van de vastgestelde draagkrachtperiode. Via een ambtelijk heronderzoek wordt besloten of voortzetting van de bijzonder bijstandsverlening na de laatste dag van dit tijdvak noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel