Naar hoofdinhoud
1.. De vordering moet in beginsel binnen 6 weken worden voldaan, gerekend vanaf de dag nadat het terugvorderingsbesluit aan de debiteur is toegezonden. 2.. Als vaststaat dat de debiteur de vordering niet ineens zal kunnen voldoen, wordt uitstel van betaling gegeven. Met de verplichting dat de debiteur de vordering met een maandelijkse betaling aflost. 3.. De maandelijkse aflossing als bedoeld in lid 2 bedraagt 5% van de op de debiteur van toepassing zijnde bijstandsnorm. 4.. Beschikt de debiteur over een hoger inkomen dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm, dan bedraagt de maandelijkse aflossing 5% van de toepasselijke bijstandsnorm, vermeerderd met 50% van het meerinkomen. 5.. Bij de vaststelling van de hoogte van de aflossing wordt de beslagvrije voet in acht genomen.

Rechtspraak bij dit artikel