Naar hoofdinhoud
1.. Als de debiteur een bijstandsuitkering ontvangt, wordt het af te lossen bedrag maandelijks verrekend met de bijstand, tenzij het aanwezige vermogen het toelaat dat de vordering ineens of voor een aanmerkelijk deel wordt terugbetaald. 2.. Als de debiteur geen bijstandsuitkering ontvangt, moet hij de vordering binnen 6 weken voldoen, dan wel binnen die termijn om uitstel van betaling verzoeken. Blijft de debiteur hiermee in gebreke, dan wordt hem na 6 weken een aanmaning gestuurd. 3.. Blijft de betaling ook na de aanmaning uit, dan wordt een dwangbevel uitgebracht en zal vereenvoudigd derdenbeslag worden gelegd op het salaris of de uitkering bij de werkgever respectievelijk de uitkerende instantie. Ontvangt de debiteur een uitkering van het UWV of de SVB, dan wordt de vordering met toepassing van artikel 60a lid 2 en 3 Pw rechtstreeks met die uitkering verrekend. Zonder dat daarvoor een machtiging van de debiteur nodig is. 4.. Als het niet mogelijk is om vereenvoudigd derdenbeslag te leggen omdat de debiteur zelfstandige is of zijn inkomstenbron onbekend is. Dan wel dat er al beslag ligt op het inkomen of een vordering verrekend wordt, wordt onderzocht of er roerende zaken te gelde kunnen worden gemaakt door executoriaal beslag. In dat geval wordt de vordering in handen gegeven van een gerechtsdeurwaarder. De kosten hiervan komen voor rekening van de debiteur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel