Er is onderscheid te maken tussen openbare en niet-openbare uitwegen. Dit beleid ziet toe op de niet-openbare uitwegen. Openbare uitritten hebben betrekking op in-/uitritconstructies op kruispunten van wegen, waarbij een weg van lagere orde aansluit op een andere weg van hogere orde. Denk bijvoorbeeld aan de aansluiting van een 30 km/uur weg of –zone op een 50 km/uur weg of de aansluiting van een openbaar parkeerterrein op de openbare weg.
De uitwegbepalingen in de VFL zien toe op de aanleg van niet-openbare uitwegen. Hiervoor moet een melding worden ingediend bij de gemeente.
2.1.1 Definitie niet-openbare uitwegen
Onder niet-openbare uitwegen worden verstaan:
Aansluitingen van een privéterrein op een voor het openbaar verkeer openstaande weg door middel van een in-/uitritconstructie. Voorbeelden van privéterreinen zijn:
particulier erf (woning);
bedrijfsterrein;
privé parkeerplaatsen (zoals garageboxen);
agrarische percelen;
parkeerterrein.
2.1.2 Definitie openbare parkeerplaats
Onder een openbare parkeerplaats wordt verstaan:
Een in openbaar gebied voor een ieder (feitelijk) toegankelijke parkeerplaats. Deze hoeft niet speciaal door middel van markeringen op het wegdek te zijn aangegeven. Een plaats buiten een gemarkeerde parkeerplaats, die zich op een rijbaan van de weg bevindt waar het niet verboden is om te parkeren, is ook als een openbare parkeerplaats te beschouwen.