Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Uitvoeringsrichtlijnen

Onderdeel van Uitvoeringsrichtlijnen kleine bouwwerken straatzijde

1). een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, mits wordt voldaan aan de volgende eisen; voorzien van een plat dak, tenzij in het bouwblok sprake is van aangekapte dakkapellen, dan moet de dakkapel voorzien worden van een aangekapt dak. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m, onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet, bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok, zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak, breedte van de dakkapel gelijk of minder is dan 70% van de breedte van het dakvlak indien in het bouwblok al een of meerdere dakkapellen aanwezig zijn moet voor de boven en onderzijde van de dakkapel dezelfde horizontale lijn worden aangehouden kozijnen, panelen en betimmering van de dakkapel hebben hetzelfde uiterlijk als kozijnen, panelen en betimmering in de rest van het pand. 2). een erf- of perceelafscheiding in het voorerfgebied of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd achtererfgebied, mits wordt voldaan aan de volgende eisen; a) met een maximale hoogte van 2 meter, mits deze boven 1 meter voor tenminste 85% open is. 3). kozijn- (vervangen) of gevelwijziging bestaande gevelopening in een voorgevel of een naar een openbaar gebied gekeerde zijgevel, mits wordt voldaan aan de volgende eisen; a) de gevelopening niet wordt vergroot of verkleind, de te vervangen kozijnen, beglazing en panelen hetzelfde uiterlijk hebben als de bestaande kozijnen, beglazing en panelen, de beglazing niet wordt vervangen door panelen of panelen door beglazing. 4). Een losstaande berging bestemd voor de stalling van fietsen en/of huisvuilcontainers in het voorerfgebied, mits wordt voldaan aan de volgende eisen; a) niet hoger dan 1.5 meter, de oppervlakte niet meer dan 5 m2 bedragen en het totaal bebouwde oppervlakte van alle bijgebouwen niet meer dan 50% van het onbebouwd erf beslaat. 5). een al dan niet losstaande overkapping gelegen in het voorerfgebied of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd achtererfgebied, mits wordt voldaan aan de volgende eisen; a) niet hoger dan 3 meter, de voorzijde van het bouwwerk maximaal 1,2 m voor de voorgevel staat. de afstand van de voorzijde van het bouwwerk naar het openbaar toegankelijk gebied is tenminste 2 meter, het oppervlakte niet meer dan 20 m2 bedraagt en het totaal bebouwde oppervlakte van alle bijgebouwen niet meer dan 50% van het onbebouwd erf beslaat. 6). een serre/erker in het voorerfgebied of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd achtererfgebied, mits wordt voldaan aan de volgende eisen; niet hoger dan de eerste bouwlaag vermeerderd met 0,4 m, aangesloten op het hoofdgebouw, de voorzijde van het bouwwerk staat maximaal 1,2 m voor de voorgevel , de afstand van de voorzijde van het bouwwerk naar het openbaar toegankelijk gebied is tenminste 2 meter, Voorzien van een dak met een hellingshoek van minder dan 15o De breedte bedraagt maximaal 2/3 van de breedte van de gevel en het totaal bebouwde oppervlakte van alle bijgebouwen op het bouwperceel beslaat tezamen niet meer dan 50% van het onbebouwd erf. het gebruik gelijk is aan het gebruik van het hoofdgebouw de kozijnen, beglazing en panelen hetzelfde uiterlijk hebben als de bestaande kozijnen, beglazing en panelen van het pand, de buitenzijde van de serre/erker voor tenminste 65% transparant is. 7). Een airco-unit op een plat dak of aan een niet naar het openba re gebied gekeerde zij- of achtergevel. Aan de gevel zijn airco-units alleen toegestaan voor gebouwen tot drie lagen hoog. a) Op het platte dak is de hoogte maximaal 0,6 meter en de oppervlakte maximaal 2 m2. De afstand van de airco-unit tot aan een dakrand is groter of gelijk aan 1,4 maal de hoogte van de airco-unit Aan de gevel is de oppervlakte van de voorkant van de airco-unit maximaal 0,75 m2 en steekt het maximaal 0,4 meter uit voor de gevel.

Rechtspraak bij dit artikel