Naar hoofdinhoud
De aanvragen die zijn ontvangen en voldoen aan alle bovenstaande eisen worden op basis van de volgende criteria in volgorde van binnenkomst beoordeeld. Voor verlening van de subsidie moet de aanvrager voor alle onderstaande criteria genoemd onder 1, 2 en 3 voldoende scoren. 1.. Verwachte opbrengst/effect De mate waarin de aanvraag bijdraagt aan het doel van deze beleidsregel en het te bereiken doel van het thema waarop de aanvraag is ingediend; De kwaliteit van de onderbouwing waarom de activiteiten bijdragen aan de te bereiken doelstellingen zoals beschreven in één van de vier thema's in deze beleidsregel: wat zijn de effecten van de inzet (het verschil dat de activiteiten maken) en waarom het aannemelijk is dat deze effecten weer bijdragen aan de subsidiedoelen (zie art 1j, definitie van verandertheorie); De mate waarin de aanvrager aannemelijk maakt dat de activiteiten na het aflopen van deze tijdelijke middelen kunnen worden afgerond, de aanvrager de opgebouwde expertise benut in reguliere activiteiten of hoe dit kan worden voortgezet met bestaande middelen (borging); De prijs/kwaliteit-verhouding: Bij de beoordeling worden hierbij geen vaste normen gehanteerd, maar wordt bezien hoe de omvang, aard en het bereik van de activiteiten zich verhouden tot de opgevoerde kosten. 2.. Onderbouwing van de activiteiten De mate waarin de aanvraag past onder de subsidiabele activiteiten van het desbetreffende thema; De mate waarin de activiteiten aansluiten bij de leidende principes; De mate waarin de aanvrager de behoefte aan de activiteiten onderbouwt en het aanvullend is op wat er al is (toegekend); De mate waarin de activiteiten aansluiten bij de inwoners die de aanvrager wil bereiken, bijvoorbeeld doordat inwoners, cliënten en ervaringsdeskundigen zijn betrokken bij het uitwerken van de aanvraag; De kwaliteit van de onderbouwing waarom de aanvrager denkt dat deze activiteiten haalbaar zijn binnen de looptijd van deze (tijdelijke) regeling en de middelen die de aanvrager daarvoor aanvraagt. 3.. Aanvrager(s), leren en samenwerking De mate waarin de aanvragende organisatie aantoonbare ervaring heeft met de uitvoering van activiteiten voor betrokken doelgroepen; De mate waarin de aanvrager aantoont kennis te hebben van de buurt/wijk/stad; De mate waarin de aanvrager aantoont dat de aanvrager samenwerkt met partijen in de stad, activiteiten aansluiten en aanvullend zijn op reguliere activiteiten en aanbod in de stad. Dit vraagt actieve afstemming en samenwerking met andere uitvoerende partijen in Utrecht en mogelijk gezamenlijke inzet; De mate waarin de aanvraag en de activiteiten zijn afgestemd met het onderwijs, zorgorganisaties en partners in de sociale basis (welzijn, informele zorg en bewonersinitiatieven); De mate waarin monitoring, leren, ontwikkelen en kennis delen onderdeel uitmaakt van de aanpak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel