Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.4

Artikel 8.4.1

Geluidsniveaus

Onderdeel van Evenementen- en geluidsnota gemeente Westerkwartier

In standaardsituaties: 75 dB(A) op gevel geluidgevoelige gebouwen; 90 dB(C) op gevel geluidgevoelige gebouwen; 103 dB(A) muziekgeluid op het terrein, ter preventie gehoorschade bezoekers; 140 dB(C) muziekgeluid als maximale geluidsniveau op het terrein, ter preventie gehoorschade bezoekers; vanaf 92,5 dB(A) muziekgeluid op het terrein wordt gehoorbescherming gestimuleerd. Als er geen geluidgevoelig gebouw binnen 200 meter vanaf het evenemententerrein is: 75 dB(A) op 200 meter vanaf feesttent of bezoekersveld; 90 dB(C) op 200 meter vanaf feesttent of bezoekersveld. Bij kermistoestellen geldt als aanvullende norm: 90 dB(A)/103 dB(C) op 1 meter vanaf de kermisattractie of, in het geval een luidspreker wordt gebruikt, gemeten op 1 meter vanaf de luidspreker (Leq gemeten over minimaal 1 minuut). Bijzondere situaties: Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen onder bijzondere omstandigheden, kan een iets hogere norm aan een evenementenvergunning worden verbonden. Hier wordt zeer terughoudend mee omgegaan, om onacceptabele hinder te voorkomen. Een dergelijke uitzondering kan aan de orde zijn als het een evenement betreft met een plaatselijk maatschappelijk belang die wordt gedragen door de omwonenden, waarbij redelijkerwijs niet te voorkomen is dat de geluidnorm op enkele woningen voor een korte duur wordt overschreden, in een omgeving die niet reeds overbelast is door cumulatie van geluiddragende evenementen. Motivatie en toelichting: 75 dB(A) en 90 dB(C) op de gevel van woningen of andere geluidgevoelige gebouwen zijn voor evenementen gangbare normen in den lande. Er zijn alleen normen op de gevel vastgelegd. Omdat gevels van woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen) normaliter een geluidisolatie van circa 25 dB bieden, wordt daarmee indirect een binnenniveau van circa 50 dB(A) gerealiseerd. Bij een binnenniveau tot 50 dB(A) is het nog enigszins mogelijk om zonder noemenswaardige stemverheffing een goed gesprek te voeren. Bij een hoger niveau is het zonder stemverheffing niet meer mogelijk om elkaar goed te verstaan. Slaapverstoring kan al beginnen bij lagere binnenniveaus vanaf 25 dB(A) en meer hinderlijke vormen aannemen bij binnenniveaus van 40 á 45 dB(A). De toegestane geluidsniveaus bieden dus geen volledige garantie voor een goede nachtrust. De normen zijn dus niet geschikt om onbeperkt evenementen te houden. Er worden daarom (verderop) ook eindtijden voor evenementen vastgelegd en er beperkingen gesteld aan het aantal evenementen die bij deze normen kunnen worden toegestaan. Omdat de normen op de gevel zijn vastgesteld, kunnen geluidmetingen buiten de woning uitgevoerd worden en is het dus niet nodig om woningen binnen te gaan. Bovengenoemde normen betreft het A-gewogen, respectievelijk C- gewogen equivalente geluidsniveau (LAeq respectievelijk LCeq ) veroorzaakt door het evenement, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen en bepaald conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999, met dien verstande dat de meetduur op 3 minuten wordt gesteld, de meethoogte op 1,5 meter en er geen bedrijfsduurcorrectie en geen straffactor van 10 dB voor muziekgeluid wordt toegepast. Voor incidentele en collectieve festiviteiten binnen inrichtingen gelden (naast de normen op de gevel) wel normen voor in- en aanpandige gevoelige gebouwen. Deze normen zijn in de Apv opgenomen. Hiermee wordt bijvoorbeeld een woning boven een café beschermd. Omdat (muziek)geluid van evenementen in de open lucht of feesttenten ver draagt, zijn er voor gevallen waarin er geen geluidgevoelig gebouw binnen 200 meter vanaf het evenemententerrein aanwezig is, normen opgenomen die gelden op 200 meter afstand. Op deze wijze wordt de omvang van het effectgebied (en daarmee ook de omvang van het gebied waarbinnen geluidsoverlast kan worden ervaren) redelijkerwijs beperkt. Naast de normen die bedoeld zijn om de belangen van omwonenden te behartigen, zijn er ook normen opgenomen ter preventie van gehoorschade bij bezoekers van een evenement, namelijk een terreinniveau van ten hoogste LAeq=103 dB(A), gemeten over 15 minuten en voor de piekbelasting dient de geluidsdruk te worden beperkt tot maximaal 200 Pascal, of: Lmax= 140 dB(C). Deze normen zijn overgenomen uit het (derde) Convenant Preventie Gehoorschade versterkte muziek (van december 2018) en is gericht op evenementen waar de doelgroep voor meer dan 50% bestaat uit meerderjarigen (18 jaar en ouder). Voor jongere doelgroepen worden lagere normen of extra gehoorbescherming gestimuleerd. Het opnemen van de norm biedt niet de garantie voor ieder individu dat er geen gehoorschade kan optreden. Hierover zegt het convenant dat het onmogelijk is om realistische maximale geluidniveaus per muziekactiviteit te adviseren die voor ieder individu absoluut veilig zijn. Voor het dragen van adequate gehoorbescherming is de bezoeker zelf eindverantwoordelijk. De norm draagt er echter aan bij dat de kans op gehoorschade, door te vaak en/of te lang te harde muziek, wordt verminderd. Vanaf een equivalent geluidsniveau op het terrein van 92,5 dB(A), gemeten over 15 minuten, dienen bezoekers (overeenkomstig het convenant) gestimuleerd te worden om adequate gehoorbescherming te dragen. Onder het begrip terrein wordt verstaan ieder terrein (zowel buiten, in een feesttent of inpandig) bij een evenement of festiviteit waar bezoekers mogen komen en waar ze aan muziekgeluid worden blootgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel