Bij de uitoefening van mandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:
"Burgemeester en wethouders,
namens dezen,"
gevolgd door de functieaanduiding van de gemandateerde en zijn handtekening.
c.q.
"De burgemeester van Zwijndrecht,
namens deze,"
gevolgd door de functieaanduiding van de gemandateerde en zijn handtekening.