Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Doelstelling van de regeling

Onderdeel van Beleidsregel zelfstandige kantoorruimte op bedrijfsbestemmingen op het Agropark I

De regeling beoogt te komen tot efficiënter ruimtegebruik op het bedrijventerrein Agropark 1. De regeling beoogt langdurige leegstand van (kantoor)ruimte behorende bij bestaande bedrijfsgebouwen te voorkomen. Wanneer door diverse omstandigheden (bedrijfswisseling, krimp bedrijfsactiviteiten, onvoldoende groei) de hoeveelheid kantoorruimte voor een in een bedrijfspand gevestigd bedrijf te groot is kan deze onder voorwaarden worden benut door zelfstandige kantoorgebruikers. Ook kan vrijstelling worden verleend om een deel van de bedrijfsruimten te gebruiken als zelfstandige kantoorruimten. Hier moeten dringende redenen zijn. Hiermee wordt tevens op termijn verpaupering tegengegaan. Met de regeling kan een specifiek segment in de kantorenmarkt worden bediend. Het gaat vooral om de kleinere en wat goedkopere kantoorruimte. Hiermee wordt een broedplaatsmilieu gerealiseerd voor kleinere bedrijven in het algemeen en startende en doorstartende bedrijven in het bijzonder. De regeling vormt een aanvulling op en uitwerking van de beleidsregels voor de toepassing van artikel 19 lid 3 WRO zoals vastgesteld door het college van B&W op 23 –11-2004. Meer specifiek beleidsregel E; wijziging in het gebruik van opstallen in de bebouwde kom. Met het oog op mogelijk ongewenst gebruik van bedrijfsgebouwen is een maximum oppervlak opgevoerd. Verder wordt met deze regeling beoogd de bestaande werkomgeving te beschermen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel