Er kan vrijstelling worden verleend voor kleinschalige kantoorruimte. Verkantorisering van het bedrijfsterrein moet worden voorkomen. (Overtollige) kantoorruimte mag, na het verlenen van vrijstelling, in gebruik worden genomen door zelfstandige kantoorgebruikers uit bij voorkeur de agribusiness tot een maximum van 500 m2 per bedrijfsbebouwing op een bouwperceel en tot maximaal 40% van het bruto oppervlak van een gebouw wordt benut voor kantoorruimten en algemene ruimten (gangen, entrees, kantines, e.d.).
Het hoofdgebruik van gebouwen blijft bedrijfsdoeleinden. Bovendien mag niet meer dan 70% van de kantoorruimte door zelfstandige kantoorgebruikers in gebruik worden genomen. Wanneer de hoofdgebruiker later door bedrijfsontwikkeling behoefte krijgt aan meer kantoorruimte, dan wordt niet zonder meer meegewerkt aan de gewenste uitbreiding. Eerst zal de kantoorruimte die in onderhuur is gegeven vrij moeten worden gemaakt. Wanneer de onderhuurder meer kantoorruimte wenst dan zal alleen aan uitbreiding worden meegewerkt als tegelijkertijd de bedrijfsbebouwing wordt vergroot.
Artikel 4.
Omvang van de kantoorruimte voor zelfstandige kantoren
Onderdeel van Beleidsregel zelfstandige kantoorruimte op bedrijfsbestemmingen op het Agropark I