Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3

Artikel 5.3.2

Buitengebied

Onderdeel van Beleidskader kleine windturbines

Kleine windturbines binnen het stedelijk gebied leiden tot verrommeling. Door de dichtheid van de bebouwing zullen kleine windturbines een knellend effect geven, wat leidt tot een negatief effect op de leefbaarheid van de openbare ruimte en in de kernen. Kleine windturbines kunnen daarnaast overlast veroorzaken door geluidshinder en slagschaduw. We sluiten daarom kleine windturbines binnen de bebouwde kom uit. In het buitengebied zijn kleine windmolens mogelijk, gekoppeld aan bebouwing van (agrarische) bedrijven en glastuinbouwbedrijven. De windturbines dienen geplaatst te worden op het erf, de bedrijfslocatie, of het gebouw zelf. Kleine windturbines bij woonbestemmingen in het buitengebied sluiten we uit.

Rechtspraak bij dit artikel