Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 7

Volgorde van nummering

Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften nummering Peel en Maas

1.. De nummeraanduiding bestaat uit: een (huis)nummer, (huis)letter (optioneel), (huis)nummertoevoeging (optioneel). 2.. De nummeraanduiding bestaat uit maximaal 10 posities (nummer 5, letter 1, toevoeging 4). 3.. Een nummeraanduiding moet voldoen aan de volgende kenmerken: Logische nummeropeenvolging met eventueel toevoeging van 1 hoofdletter (met uitzondering van een O en een I (hoofdletter i)); verdere subnummering middels toevoegingen alleen als geen huisletters meer voorhanden zijn; de nummers lopen op vanuit het centrum van de woonplaats, of vanuit een voor dit doel vast te stellen centraal punt, waarbij geldt oneven nummers links en even nummers rechts. Dit geldt ook als de weg slechts aan één zijde bebouwd wordt en voor gebouwen die niet direct aan de weg gelegen zijn. Uitzondering hierop zijn de wegen, waarbij geen sprake is van ‘links’ en ‘rechts’ van de straat. Denk aan hofjes en pleinen. Deze worden doorlopend genummerd; de wegen die loodrecht op deze richting liggen, nummeren volgens de richting met de klok mee (daarbij wel lettend op de bereikbaarheid van de straat). 4.. Wanneer nummers worden toegevoegd wordt de volgende volgorde van voorkeur gehanteerd: Het doorzetten van bestaande nummering en het invoegen van nog niet gebruikte nummers. Dit is de meest gewenste methode. Gebruikmakend van de standaardsystematiek wordt doorgenummerd of tussengevoegd vanuit de bestaande nummers; Bij sterk wisselende bebouwing moeten de even en oneven nummeraanduidingen op elkaar worden afgestemd. De nummering wordt toegekend in een logische oplopende volgorde, gebaseerd op de feitelijke locatie van de hoofdingang van het (deel van het) object of de locatie van de toegangsdeur tot de gemeenschappelijke verkeersruimte. De nummering vindt plaats in de nummerreeks van de straat waaraan de hoofdingang van het (deel van het) object is gelegen. Voor ruimte tussen gebouwen die in de toekomst mogelijk bebouwd wordt, moet getracht worden het maximaal aantal te verwachten nummers te reserveren;. Het toevoegen van letters aan bestaande nummers. Bij het tussenvoegen van nummers tussen opeenvolgende bestaande nummers wordt aan het laagste van die nummer een letter toegevoegd. De geletterde objecten liggen altijd na het nummer waaraan de letter wordt toegevoegd (2A, 2B na 2). Als er vóór een laagste nummer (1 of 2) een object toegevoegd wordt, moet dat laagste nummer vernummerd worden, zodat de nummering bij het nieuwe object weer begint met de laagste nummering tenzij dit een of meer garagebox(en) of een trafo betreft. In dat geval kan een nummer met letter gekozen worden dat het dichtst bij een genummerd object ligt. Bijv. een garagebox wordt gebouwd voor een pand met huisnummer 1. Dan vernummeren we niet huisnummer 1, maar krijgt de garagebox huisnummer 1A, ondanks dat 1A dan voor 1 ligt. Latere splitsingen en toevoegingen krijgen een letteraanduiding, waarbij het hoofdnummer mede blijft bestaan (bijv. bij splitsing van een verblijfsobject met het nummer 2 in drie verblijfsobjecten, wordt de nummering 2, 2A en 2B). Als toevoeging van letters geen uitkomst biedt omdat te veel objecten worden tussengevoegd dan wordt er een huisnummer-toevoeging toegevoegd in de vorm van een cijfer te beginnen met 1. Vernummering van één of meer van de naastgelegen nummers. Er worden niet meer objecten vernummerd dan strikt noodzakelijk is. Vernummering is de minst gewenste vorm bij het toevoegen van nummers. Bij complexen als zorginstellingen waarbij er één hoofdnummer is en verschillende verblijfsobjecten in het complex te onderscheiden zijn, krijgen de verschillende verblijfsobjecten het hoofdnummer gevolgd door een huisletter en in de toevoeging het zelf toegekende kamernummer, bijv. 2A1, 2A2, enz. Als het hoofdnummer al een huisletter heeft (bijv. 2A) dan worden de overige verblijfsobjecten genummerd als 2B1, 2B2, enzovoort. Bij complexen als bungalowparken, waarop één hoofdgebouw en meerdere verblijfsobjecten (bijv. zelf genummerde bungalows) voorkomen, krijgt het hoofdgebouw een normaal huisnummer, eventueel gevolgd door een huisletter. De overige verblijfsobjecten krijgen dan het hoofdnummer met altijd huisletter B van bungalow gevolgd door bij toevoeging het zelf genummerde bungalownummer.

Rechtspraak bij dit artikel