Degene die mandaat krijgt voor het uitoefenen van een bevoegdheid, is met betrekking tot die bevoegdheid tevens bevoegd tot:
Het verrichten van alle benodigde (voorbereidings)handelingen;
Het voeren van correspondentie;
Het verdagen van de beslissing;
Het ondertekenen van de betreffende stukken;
Het verstrekken van informatie;
Het plaatsen van publicaties (van aanvragen, ontwerpen, concepten e.d.);
Overige direct met de gemandateerde bevoegdheid samenhangende handelingen;
Inschrijvingen in registers.
Artikel 3