Naar hoofdinhoud
1.. Op geschillen tussen de samenwerkende gemeenten onderling omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van deze regeling is artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing. 2.. Een verzoek op grond van artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen vindt niet plaats dan nadat de samenwerkende gemeenten zich tot het uiterste hebben ingespannen het geschil in onderling overleg op te lossen. 3.. Mocht een voor samenwerkende gemeenten bevredigende oplossing niet binnen drie maanden na aanvang van het in het tweede lid bedoelde overleg zijn gevonden, dan wordt voorafgaande aan het nemen van een besluit omtrent het geschil, het geschil ter advisering voorgelegd aan een door de betreffende gemeenten samengestelde geschillencommissie. Deze commissie bestaat uit evenveel personen als het aantal bij het geschil betrokken gemeenten plus één. Hierbij wijst elk van de betrokken gemeenten een commissielid aan en wijzen zij gezamenlijk het laatste commissielid aan.

Rechtspraak bij dit artikel