In afwijking van het gestelde in de Subsidieverordening, geldt het volgende met betrekking tot de verantwoording en vaststelling van de subsidie:
De aanvrager dient uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. Deze aanvraag gaat vergezeld van een inhoudelijke en financiële eindrapportage.
De eindrapportage bevat:
Algemeen:
een inhoudelijk verantwoording middels het door de gemeente vastgestelde format en gebaseerd op het ingediende plan van aanpak, waaruit blijkt welke inhoudelijke ontwikkelingen er afgelopen jaar hebben plaatsgevonden en in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten conform de gestelde voorwaarden zijn verricht; er aan de door de aanbieder gestelde doelen is voldaan en wat de knelpunten waren
een financieel verslag volgens de door de gemeente voorgeschreven format. Hierin is opgenomen het gehanteerde uurtarief, de aantallen gerealiseerde kindplaatsen Peuterarrangement en Voorschoolse educatie en de inkomsten uit ouderbijdragen, het aantal VE-groepen en VE-geïndiceerde kinderen op de dagopvang.
Bij een subsidie van meer dan € 100.000 een gewaarmerkte controleverklaring door een onafhankelijk accountant (over de jaarrekening en format “verantwoording PA en VE”).
Per locatie:
het aantal peuters dat gebruik heeft gemaakt van gesubsidieerde kindplaatsen, onderverdeeld naar soort subsidieplaats VE en PA.
De subsidie kan lager worden vastgesteld indien de eindrapportage hiertoe aanleiding geeft.
Indien de werkelijk gemiddelde ouderbijdrage lager uitvalt dan de beschikking weergeeft, kan er hoger vastgesteld worden.
De gemeente is bevoegd steekproefsgewijs de juistheid van de aangeleverde gegevens als bedoeld in artikel 10 lid 2 te controleren in de administratie van de aanvrager. De aanvrager verleent hieraan volledige medewerking.
Artikel 10