Naast de stukken vermeld in de Subsidieverordening, bevat de aanvraag minimaal de naam en het adres van de aanbieder, de locatie waar de opvang plaatsvindt, de wijze waarop de opvang is vermeld in het LRK met het bijbehorende registratienummer en bewijsstukken waaruit blijkt dat wordt voldaan aan artikel 2, 3 en 4 van deze regeling.
Onderdeel van de subsidieaanvraag is een plan van aanpak volgens het gemeentelijk format. Dit plan van aanpak sluit aan op de uitgangspunten van het ‘Uitvoeringskader Voorschoolse voorzieningen’ (vastgesteld door het College van B&W op 22 juni 2021). Het plan van aanpak omvat twee delen:
Kwantitatief
de te verwachten aantallen peuterarrangementen, inclusief op recente realisatiecijfers gebaseerde of aan de inschrijvingen gerelateerde onderbouwing;
de te verwachten aantallen peuters met VE-indicatie, en daarvan het aantal ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag, inclusief op recente realisatiecijfers en/of aanvragen gerelateerde onderbouwing;
de afspraken rond de te hanteren ouderbijdrage en het toetsen van het recht op subsidie per peuter.
de te verwachten aantallen VE-groepen en VE-peuters ter berekening van de inzet ouderbetrokkenheid en de VE Coach. (voor berekening VE Coach wordt als peildatum januari 2022 gehanteerd).
de te verwachten aantallen VE-peuters deelnemend aan de reguliere dagopvang ter berekening van de inzet van de tutor.
Kwalitatief
Het plan van aanpak beschrijft, in een door de gemeente aangeleverd format, de aanpak op de VE Coach, ouderbeleid, tutor, scholingsplan en kwaliteitsvoornemens voor het komende jaar dusdanig dat het zowel voor de aanbieder als voor de gemeente als ontwikkelplan gehanteerd kan worden.
Het pedagogisch beleidsplan met voor VE-aanbieders de specificatie voor het VE-beleid.
Voor VE aanbieders: de ouderanalyse.
In aanvulling op lid 1, 2 en 3 van onderhavig artikel kan het college overige gegevens opvragen die zij nodig acht om een beslissing te nemen op de aanvraag.