Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verplichting tot waterberging bij nieuwbouw en afkoppelen bij functiewijziging

Onderdeel van Verordening afvoer hemelwater Rijswijk 2022

1.. Met het oog op het beperken van wateroverlast, het beperken van verdroging en het doelmatig beheer van afvalwater wordt alleen hemelwater vanaf nieuwe bouwwerken in een openbaar riool of in de openbare ruimte geloosd, als een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden op het betreffende perceel of ander particulier terrein. 2.. Bij een functiewijziging van een bouwwerk, waarvoor verandering van het bouwwerk nodig is, wordt alleen hemelwater in een openbaar riool of in de openbare ruimte geloosd, als minimaal 17,1 m² verhard oppervlak per bewoner is afgekoppeld van het gemengde rioolstelsel. 3.. Het eerste en tweede lid gelden niet voor: nieuwe bouwwerken met een totaal oppervlak van ten hoogste 50 m²; en een functiewijziging van een bouwwerk met een totaal oppervlak van ten hoogste 50 m². 4.. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging op het perceel of ander particulier terrein van een nieuw bouwwerk is 50 liter per m² bebouwd oppervlak plus 50 % van het onbebouwde oppervlak van het perceel. 5.. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze weer voor 100% beschikbaar is: binnen een ledigingstijd van 1 tot 2 dagen als het opgevangen hemelwater niet is bedoeld voor hergebruik; binnen een ledigingstijd van 3 tot 4 dagen als het opgevangen hemelwater is bedoeld voor hergebruik en de hemelwaterberging niet is voorzien van een geautomatiseerd systeem; of tijdig voor de eerstvolgende bui, als het opgevangen hemelwater is bedoeld voor hergebruik en de hemelwaterberging is voorzien van een geautomatiseerd systeem. 6.. De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of in de openbare ruimte. 7.. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de verplichting om een hemelwaterberging aan te brengen en in stand te houden of het afkoppelen van verhard oppervlak van het gemengde rioolstelsel, voor zover aannemelijk is gemaakt dat het aanbrengen of in stand houden van de hemelwaterberging op het perceel of ander particulier terrein of het afkoppelen redelijkerwijs niet mogelijk is, dit ter beoordeling aan het college. 8.. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt onderbouwd waarom het aanbrengen of in stand houden van de hemelwaterberging of het afkoppelen redelijkerwijs niet mogelijk is of nodig is. 9.. Het college kan aan de omgevingsvergunning in ieder geval een financiële voorwaarde verbinden.

Rechtspraak bij dit artikel