Op 1 maart 2020 werd in allerijl de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)1 ingevoerd. De juridische uitwerking volgde pas enkele weken later op 21 april 2020 toen de Algemene Maatregel van Bestuur werd gepubliceerd. Hierdoor konden gemeenten bij de start niet altijd volledig zijn in de beoordeling van uitkeringsrechten en was de dossiervorming daarbij niet altijd op orde. Bureau Zelfstandigen Fryslân voert deze regeling uit voor 16 gemeenten in Fryslân.
Om de zelfstandigen zo snel mogelijk te kunnen helpen lag de focus van de regeling op een snelle uitvoering zodat gemeentes in korte tijd grote aantallen ondernemers van een inkomen en/of bedrijfskrediet konden voorzien tijdens een crisissituatie. Om de uitvoering hiertoe in staat te stellen, terwijl er destijds nog geen juridische uitwerking van de regeling beschikbaar was, mocht de bewijsvoering voor de inlichtingenplicht (deels) gebaseerd worden op verklaringen van de aanvrager. Dit heeft ertoe geleid dat een aantal uitkeringen ten onrechte of te hoog zijn verstrekt.Gemeentes zijn vrij in het vormgeven van beleid om misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan (M&O-beleid). Hierbij mogen de kosten en baten van het M&O-beleid worden meegewogen bij keuzes voor wat betreft de inzet van mensen en middelen; alle risico’s volledig beheersen is immers vaak te kostbaar.
De bedoeling van de Tozo regeling (en zeker Tozo 1) is om de ondernemers in financiële nood snel te helpen aan een inkomen op minimumniveau om op zijn minst in de noodzakelijke levensbehoeften te kunnen voorzien. De roep om snel tot betaling over te gaan en het grote aantal aanmeldingen, vereisen dat de administratieve lasten, zowel voor de zelfstandige als voor Bureau Zelfstandigen Fryslân, beperkt moeten blijven. Om die reden is de controle vooraf beperkt en wordt achteraf nog een (steekproefsgewijze) controle uitgevoerd. Dat zorgt er ook voor dat de beoordeling van het recht op deze regeling niet zo gedegen en diepgaand uitgevoerd kan worden als bij de reguliere P-wet. Dit geldt automatisch ook voor de controle achteraf. Een ingewikkeld en langdurig onderzoek strookt niet met het karakter van de Tozo als crisismaatregel. Er is sprake van minder vergaande verificatie op (toegangs-) voorwaarden omdat voor een substantieel deel wordt gesteund op verklaringen van de ondernemer. In de verhouding bedoeling - regelgeving ligt bij de Tozo (nóg) meer nadruk op de kant van de bedoeling dan bij de reguliere P-wet.
1 De Tozo is een op artikel 78f van de Pw gebaseerde algemene maatregel van bestuur en is bedoeld om bepaalde zelfstandigen tijdelijk financieel te ondersteunen. De Tozo kent twee vormen van bijstand: bijstand voor levensonderhoud en bijstand in de vorm van een lening ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal. De Tozo wijkt af van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) omdat er bij de Tozo geen levensvatbaarheidseis, vermogenstoets, kostendelersnorm en partnerinkomenstoets (Tozo 1) geldt.
In deze beleidsnotitie beschrijft Bureau Zelfstandigen Fryslân:
hoe zij misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) van de Tozo tegengaat, in verschillende fases vande bijstandsverlening (preventief en repressief);
hoe zij bij de Tozo afwijkt van het reguliere terugvorderings- en sanctiebeleid. Deze beleidsnotitie volgt de aanbevelingen van VNG en Divosa voor controle achteraf, gericht op het opsporen van onjuistheden en misbruik, waarbij rekening wordt gehouden met inspanningen (inzet van capaciteit en middelen) die redelijkerwijs van gemeenten verlangd kunnen worden.In verband met de verschillende verlengingen van de regeling, worden de verschillendetijdvakken als volgt aangeduid:
• Tozo 1: aanvragen vanaf 1 maart tot 1 juni 2020;
• Tozo 2: aanvragen vanaf 1 juni 2020 tot 1 oktober 2020;
• Tozo 3: aanvragen vanaf 1 oktober 2020 tot 1 april 2021;
• Tozo 4: aanvragen vanaf 1 april 2021 tot 1 juli 2021;
• Tozo 5: aanvragen vanaf 1 juli 2021 tot 1 oktober 2021.
Artikel 1.
Inleiding
Onderdeel van Beleidsnota M&O Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO) 2020-2022