De werkzaamheden moeten qua tijd en uitvoeringswijze zodanig worden gepland dat de bereikbaarheid van woningen, bedrijven, winkels en overige gebouwen (verder: objecten) voor voetgangers, (brom)fietsers, gemotoriseerd (bestemmings)verkeer en hulp- en afvalophaaldiensten -in overleg met de betrokkenen- altijd zo veel mogelijk in stand gehouden wordt. Dit geldt ook in doodlopende straten of openbare woonerven.
Bij werkzaamheden moet voldaan worden aan de Amstelveense richtlijn tijdelijke verkeersmaatregelen (ARTV), tevens moet voldaan worden aan:
brandkranen, afsluiters van water, gas en dergelijke en bovengrondse voorzieningen van andere netbeheerders moeten altijd zichtbaar en toegankelijk blijven;
de minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen is 3,50 m en de minimale doorrijhoogte voor hulpvoertuigen is 4,20 m en moeten altijd gewaarborgd zijn;
objecten moeten minimaal tot op 40,00 m benaderd kunnen worden.
Ter plaatse van de toegang en (nood)uitgang naar objecten moet een goede toegankelijkheid geboden worden voor voetgangers, inclusief (brom)fietsen die aan de hand meegevoerd worden en voetgangers die gebruik maken van hulpmiddelen zoals rollators, rolstoelen en scootmobielen. Hierbij is het toepassen van stevige en goed zichtbare loopplanken een minimale vereiste. De loopplanken moeten vlak en aansluitend aan elkaar geplaatst en in stand gehouden worden. Als een loopplank dient ter overbrugging van een sleuf moet deze voorzien zijn van een leuning.
In de CROW-publicatie 337 ‘Richtlijn Toegankelijkheid’ leest u meer over de uitgangspunten van het toegankelijk inrichten van de openbare buitenruimte voor mensen met een beperking.
Indien tijdelijke verkeersvoorzieningen in een opneembare verharding aangebracht moeten worden, moet het te verwijderen verhardingsmateriaal worden afgevoerd en na verwijdering van de verkeersvoorziening weer aangebracht worden. Tijdelijke verkeersvoorzieningen mogen niet in gesloten verhardingen worden aangebracht.
De gemeente kan vanwege veiligheid (zie artikel 5.4, vierde lid) de grondroerder verplichten om buiten werktijden bouwhekken te plaatsen rondom ontgravingen.
Plaatsing van onverlichte obstakels moet voldoen aan CROW-publicatie 130, “richtlijn voor het markeren van onverlichte obstakels” (ISBN 90 6628 283 5).
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1