Naar hoofdinhoud
Kabels en leidingen hebben vanaf bovenkant leiding tot bovenkant maaiveld de volgende afstand bij: telecommunicatie: 0,55 m elektra ls: 0,55 m water: 1,00 m gas: 0,90 m elektra ms: 0,90 m warmteleiding: 1,00 m Riool: 1,20 m of afhankelijk van het verval van de leiding bij vrijvervalleiding. Indien kabels en leidingen elkaar kruisen distributiekabels en/of -leidingen liggen ondieper dan transportleidingen; vrijvervalleidingen hebben voorrang op drukleidingen; bij kruisingen van kabels en/of leidingen bedraagt de onderlinge tussenruimte (verticale afstand) tenminste 0,20 m; Er moet een strook tussen 0,60 m -mv en 0,90 m -mv vrijgehouden worden in verband met kruisende vrijverval rioolaansluitingen.

Rechtspraak bij dit artikel