Kabels en leidingen hebben vanaf bovenkant leiding tot bovenkant maaiveld de volgende afstand bij:
telecommunicatie: 0,55 m
elektra ls: 0,55 m
water: 1,00 m
gas: 0,90 m
elektra ms: 0,90 m
warmteleiding: 1,00 m
Riool: 1,20 m of afhankelijk van het verval van de leiding bij vrijvervalleiding.
Indien kabels en leidingen elkaar kruisen
distributiekabels en/of -leidingen liggen ondieper dan transportleidingen;
vrijvervalleidingen hebben voorrang op drukleidingen;
bij kruisingen van kabels en/of leidingen bedraagt de onderlinge tussenruimte (verticale afstand) tenminste 0,20 m;
Er moet een strook tussen 0,60 m -mv en 0,90 m -mv vrijgehouden worden in verband met kruisende vrijverval rioolaansluitingen.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.2.3