Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4.

Gevallen waarin de vergunning moet worden verleend

Onderdeel van Huisvestingsverordening Opkoopbescherming Gemeente Enschede

1.. Het college verleent de verhuurvergunning opkoopbescherming in ieder geval: als de woonruimte in gebruik wordt gegeven aan een woningzoekende die een bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad heeft met de eigenaar; als de eigenaar na de datum van inschrijving van de woonruimte ten minste twaalf maanden zijn woonadres (als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen) in die woonruimte heeft en hij met een woningzoekende schriftelijk overeenkomt dat deze de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden in gebruik neemt anders dan voor toeristische verhuur; als de woonruimte onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte. 2.. In de gevallen, genoemd in het vorige lid onder a en b, wordt de persoon of worden de personen aan wie de woonruimte wordt verhuurd en die de huurder is op grond van wiens hoedanigheid er recht is op de vergunning, in de vergunning genoemd. 3.. De vergunning is niet overdraagbaar en gebonden aan de vergunninghouder en de specifieke woonruimte. 4.. De vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt niet verleend als er een bibob-weigering plaatsvindt als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel