Naar hoofdinhoud

Artikel 18

Bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2022

1.. De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. De bijdrage als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 voor de cliënt of de gehuwde cliënten of geregistreerd partners tezamen. 3.. In afwijking van het eerste lid is een eigen bijdrage in de vorm van een abonnementstarief niet van toepassing op collectief vervoer (ZOOV op Maat). De cliënt betaalt een ritbijdrage afgeleid van het openbaarvervoerstarief voor collectief vraagafhankelijk vervoer. De hoogte hiervan is opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2022. 4.. In afwijking van het tweede lid is geen bijdrage verschuldigd voor niet AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens. 5.. In afwijking van het tweede lid is eigen bijdrage in de vorm van een abonnementstarief niet van toepassing op beschermd wonen en opvang. De hoogte van de bijdrage in de kosten voor beschermd wonen en opvang is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 6.. De kostprijs van een: Maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie van de aanbieders, na het raadplegen van de aanbieders of door de aanbieder zelf; Pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 7.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, wordt de bijdrage in de kosten voor opvang door de aanbieder die de opvang biedt geïnd. 8.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel