Aan de ontheemde en zijn gezin kunnen tegemoetkomingen worden verstrekt uit de jeugd- en volwassenenfondsen, uit de Stichting Leergeld en ondersteuning door de sport- en cultuurcoaches, op gelijke voet als aan niet-ontheemde inwoners van de gemeente.
Bij de toepassing van het eerste lid wordt, evenals voor niet-ontheemde inwoners, rekening gehouden met de draagkracht van het gezin. Hierbij wordt artikel 3 in acht genomen. Aan een gezin met voldoende eigen draagkracht worden de tegemoetkomingen niet verstrekt.