Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1. › Paragraaf

Artikel 9.

Voorwaarden vervoersvoorziening

Onderdeel van Nadere regels 2022 jeugdhulp gemeente Westerwolde

1.. Het college verstrekt alleen een vervoersvoorziening aan de jeugdige, zoals bedoeld in artikel 2.3 van de wet. 2.. Het uitgangspunt is dat jeugdige en/of ouders op eigen kracht het vervoer van en naar de jeugdhulplocatie verzorgen. 3.. Het toekennen van een vervoersvoorziening geschiedt alleen aan de jeugdige wanneer aantoonbaar is gemaakt dat er een noodzaak bestaat tot het inzetten van de vervoersvoorziening en dat bij een gebrek aan deze voorziening de toegang tot jeugdhulp wordt onthouden. De noodzaak van een vervoersvoorziening wordt aannemelijk gemaakt indien: aantoonbaar is gebleken dat op eigen kracht of met hulp van ouders of andere personen uit de naaste omgeving geen oplossing voor het vervoersprobleem kan worden gevonden, en; geen oplossing gevonden kan worden voor het vervoersprobleem door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening, en; sprake is van een medische noodzaak, omdat de jeugdige indien gebruik gemaakt wordt van het openbaar vervoer of eigen vervoer, een beperking heeft met lopen, instappen of staan of als er sprake is van desoriëntatie, of; sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid, omdat: de leeftijd van de jeugdige het niet toe laat zelfstandig te reizen met openbaar vervoer, nadat is aangetoond dat ouders of andere personen uit het sociaal netwerk niet in staat kunnen worden geacht om zorg te dragen voor begeleiding; sprake is van ernstige gedragsproblemen welke reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken, of; andere redenen van niet-medische aard, die het zelfstandig of onder begeleiding reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken. 4.. De duur van de vervoersvoorziening is gelijk is aan de duur van de beschikking of korter indien de betreffende individuele voorziening eerder eindigt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel