Het primaat van het collectief vervoer houdt in dat de aanvrager pas in aanmerking komt voor een andere vervoersvoorziening als hij door zijn beperkingen geen gebruik kan maken van het collectief vervoer.
Een maatwerkvoorziening in de vorm van een vervoersvoorziening kan worden verstrekt wanneer iemand door beperkingen belemmeringen ervaart bij het lokaal verplaatsen en deze beperkingen langdurig van aard zijn. Onder lokaal verplaatsen wordt een straal van 25 kilometer vanaf het woonadres van de aanvrager verstaan. Om te bepalen of een vervoersvoorziening kan worden verstrekt wordt het algemeen afwegingskader doorlopen.
Een vervoersvoorziening kan ook bestaan uit een aanpassing van een eigen auto. Hierbij is het redelijk om van de aanvrager te verlangen dat de aan te passen auto de investering nog waard is.
De auto moet niet ouder zijn dan vijf jaar, zodat de aanpassing nog minimaal zeven jaar mee kan.
6.2.2.1 Individuele vervoersvoorzieningen
De gemeente hanteert voor individuele vervoersvoorzieningen en rolstoelen een gebruiksduur van zeven jaar. Indien de individuele vervoersvoorziening zeven jaar na verstrekking nog adequaat is, wordt geen nieuwe verstrekt.
Driewielfietsen en scootmobielen
Driewielfietsen en scootmobielen worden in beginsel alleen toegekend als er (op korte termijn) ook sprake is van voldoende verkeersinzicht en als cliënt zelfstandig gebruik kan maken van de driewielfiets/scootmobiel. Een korte training kan onderdeel uitmaken van het onderzoek. Voor het stallen van scootmobielen wordt eerst gebruik gemaakt van de reeds aanwezige stallingsmogelijkheden. Deze dienen voorzien te zijn van een stroomaansluiting. Indien er sprake is van een gezamenlijke stalling, dient van te voren duidelijk te zijn of hier gebruik van kan worden gemaakt.
Voorzieningen, zoals een scootmobiel, die buiten de eigen woon- en leefomgeving worden gebruikt voor bijvoorbeeld vakantie in binnen of buitenland, dienen door belanghebbende zelf voldoende verzekerd te worden voor diefstal, schade, noodzakelijk onderhoud en pech.
Financiële tegemoetkoming gebruik eigen auto
Het forfaitair bedrag dat per jaar wordt verstrekt voor de kosten van het gebruik van een vervoersvoorziening bedraagt voor het gebruik van een (eigen) auto € 720,-, zijnde 2.000 kilometer à € 0,36. Indien iemand als vervoersvoorziening ook een scootmobiel van het college ontvangt, wordt dit bedrag voor 50% verstrekt. De indicatie wordt voor maximaal 3 jaar verstrekt. Na deze periode wordt dit opnieuw beoordeeld. Dit geldt alleen als de kosten van het gebruik niet algemeen gebruikelijk zijn. Met andere woorden, iemand met een eigen auto moet wel meerkosten in het gebruik hebben vanwege zijn beperkingen. Denk hierbij aan de situatie dat iemand alle verplaatsingen met zijn auto moet doen, ook de verplaatsingen die mensen zonder beperkingen te voet met of met de fiets doen.
6.2.2.2 Auto-aanpassingen
Als een cliënt zonder autoaanpassingen geen gebruik kan maken van zijn auto en het collectief vervoer niet voldoet, kan overwogen worden of een autoaanpassing wordt vergoed. De cliënt moet wel over een eigen auto beschikken. Bij autoaanpassingen aan de eigen auto wordt beoordeeld of het specifiek voor mensen met een beperking bedoelde voorzieningen betreft die meer kosten dan gebruikelijke autoaanpassingen.
Bij verstrekking van autoaanpassingen is het daarom redelijk om van de aanvrager te verlangen dat hij aantoont dat de aan te passen auto de investering nog waard is, dus naar verwachting nog minimaal 7 jaar mee kan. De cliënt dient een bewijs van de autokeuring te overleggen, waarin dit is vastgesteld.
Boven € 4.000 dient de aanpassing door de cliënt verzekerd te worden tegen diefstal en vandalisme.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.2
Vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Nadere regels 2022 Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerwolde