Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.6

Artikel 6.6.3

Beleidsregels Bibob Culemborg 2019

Onderdeel van Handboek Horeca

De gemeente heeft de beleidsregels Bibob Culemborg 2019 vastgesteld waarin de praktijkregels voor de Bibob-toets zijn opgenomen. In alle horeca gerelateerde gevallen waarbij sprake is vergunningen, behalve standaard niet bij paracommerciële instellingen en slijtersbedrijven, en de exploitatie kansspelautomaten, wordt een Bibob-procedure gestart, maar het bereik van de wet Bibob is veel groter. Concreet houdt dit in, dat er een eerste eigen onderzoek wordt ingesteld aan de hand van de door de exploitant in te vullen formulieren en in te dienen documenten. Wanneer er na dit onderzoek geen reden tot twijfel is aan de integriteit van de aanvrager en/of andere personen, die op de aanvraag van de vergunning staan, en er geen indicatoren zijn, dan wordt de vergunning verleend door de gemeente zonder een adviesverzoek aan het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) en of het Landelijk Bureau Bibob (LBB). Bij twijfel kan de gemeente een verzoek indienen bij het RIEC. Als uit dit onderzoek niets naar voren komt, kan de gemeente alsnog, onder voorwaarden naar het LBB gaan voor het verrichten van nader onderzoek (Bibob-toetsing), waarna een advies van datzelfde bureau volgt. Bij een negatief advies van ofwel het RIEC of het LBB kan de gemeente besluiten geen vergunning te verlenen, een vergunning onder voorwaarden verlenen of een inmiddels verleende vergunning in te trekken. Het bevoegd gezag, de burgemeester, moet uiteindelijk altijd zelf motiveren waarom een vergunning wordt geweigerd of ingetrokken.

Rechtspraak bij dit artikel