De gemeenteraad delegeert de bevoegdheid tot vaststelling van delen van het omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders in de volgende gevallen:
het toevoegen of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijziging voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben;
het doorvoeren van juridisch-technische en redactionele aanpassingen en correcties van omissies van het omgevingsplan, voor zover deze geen of geringe invloed op de fysieke leefomgeving hebben;
het verwerken van kaderstellend beleid waarover na inwerkingtreding van onderhavige regeling door de gemeenteraad is besloten, indien bij de vaststelling van dat beleid expliciet akkoord is gegaan met uitwerking en/of verwerking van het betreffende beleid door het college van burgemeester en wethouders;
het actualiseren en/of aanpassen van het omgevingsplan aan veranderende wet- en regelgeving en beleidsnormen voor zover hier geen enkele beleidsvrijheid meer is toegekend;
het verwerken van onherroepelijke omgevingsvergunningen die in afwijking van het omgevingsplan zijn verleend;
het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgeheveld worden naar het omgevingsplan;
het aanwijzen, wijzigen en schrappen van monumenten;
het verwijderen of aanpassen van specifieke aanduidingen op één of meer percelen, op verzoek van en/of met instemming van de belanghebbenden, waarmee de belasting van de fysieke leefomgeving wordt verminderd;
het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels.
Artikel 1.
Delegeren bevoegdheden tot vaststellen omgevingsplan
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe inzake delegatie van besluitvorming in het kader van het omgevingsplan