Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 26

Bijzondere bijstand 18 t/m 20 jarigen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Borne 2022

1.. Een inwoner van 18 tot 21 jaar heeft recht op aanvullende bijzondere bijstand als en voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan hoger zijn dan de voor de inwoner geldende bijstandsnorm. Dit geldt ook als één of beide partners jonger dan 21 jaar is. 2.. Het college acht hogere noodzakelijke bestaanskosten, zoals bedoeld in het eerste lid aanwezig als de inwoner zelfstandig woont en er tevens sprake is van één van de volgende omstandigheden: de inwoner op de ingangsdatum van de bijstandsverlening reeds een bijdrage van de regeling van het toekomstplan heeft ontvangen; de ouders zijn overleden; de ouders duurzaam in het buitenland verblijven en daar onbereikbaar zijn; de inwoner een statushouder betreft en de ouder(s) niet in Nederland verblijft/verblijven; de inwoner in het kader van Jeugdwet buiten het gezin is geplaatst; de inwoner alleen of samen met een partner van 18, 19 of 20 jaar de zorg van één of meer kinderen heeft; er sprake is van een ernstig verstoorde relatie tussen de ouders en de inwoner. 3.. De hoogte van de bijzondere bijstand, is gelijk aan het verschil tussen de van toepassing zijnde jongerennorm (artikel 20 van de wet) en het bedrag dat een 21-jarige in dezelfde situatie zou krijgen (artikel 21 van de wet). 4.. Het college verleent bijzondere bijstand ter hoogte van de jongerennorm (artikel 20, eerste lid van de wet) aan de in een inrichting verblijvende inwoner van 18 tot 21 jaar als wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in het eerste en tweede lid van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel