Naar hoofdinhoud
1.. Zodra een fractie een mogelijke kandidaat wethouder heeft, geeft de fractie daarvan kennis aan de burgemeester. 2.. Voorafgaand hieraan overlegt de burgemeester met het presidium over de inhoud en de vorm van de risicoanalyse. 3.. De kandidaat wethouder informeert de commissie bovendien over alle zaken waarvan hij redelijkerwijs zou kunnen weten dat die relevant zijn bij de vervulling van het wethouderschap. 4.. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie ‘Geloofsbrieven wethouders’ in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en beoordeelt of de uitkomsten van de risicoanalyse integriteit aan een eventuele benoeming in de weg zouden kunnen staan. Vervolgens brengt zij advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 5.. De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gemaakt. 6.. De commissie stuurt de raad een schriftelijk en gemotiveerd advies over de benoembaarheid van de wethouder. Indien de commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies.

Rechtspraak bij dit artikel