**1..** Op de locaties waar historische- en museale (woon)schepen zijn toegestaan, is het toegestaan om een ligplaats met een pleziervaartuig in te nemen in de periode van 1 april tot en met 31 oktober. Het pleziervaartuig moet in eigendom zijn van de eigenaar van het historische- of museale schip. Op de locaties Harlingertrekweg 57, 59, 60, 61, 62, 63 en 64 is dit niet toegestaan.
**2..** Op de locaties waar historische (woon)schepen zijn toegestaan, is het toegestaan om een ligplaats met een onbewoond zeilend bedrijfsvaartuig in te nemen in de periode van 1 november tot en met 31 maart. Het onbewoond zeilend bedrijfsvaartuig moet in eigendom zijn van de eigenaar van het historische (woon) schip. Op de locaties Harlingertrekweg 57, 59, 60, 61, 62, 63 en 64 is dit niet toegestaan.
**3..** Een uitzondering op hetgeen genoemd in lid 1 en 2 is voor kleine open bijbehorende vaartuigen die als verlengstuk van het historisch of museaal woonschip worden gezien. Deze mogen het jaar rond een ligplaats innemen bij het schip waarvoor een vergunning is verleend, zolang dit geen belemmering op levert voor de doorgang. Dit ter beoordeling van de havenmeester.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Aanwijzen vaartuigen bij historische – en museale (woon)schepen
Onderdeel van Aanwijzingsbesluit ligplaatsen