**1..** Nadat de beraadslaging over een onderwerp is gesloten, wordt zo nodig tot stemming overgegaan.
**2..** Wanneer noch de voorzitter noch één van de wethouders stemming vraagt wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.
**3..** De voorzitter en iedere wethouder die zich tegen een voorstel heeft uitgesproken kan verlangen dat daarvan aantekening wordt gemaakt op de lijst van besluiten, bedoeld in artikel 11, eerste lid onder b.
**4..** De stemming over zaken geschiedt mondeling, met de woorden "voor" of "tegen", zonder enige toevoeging.
**5..** Indien bij een stemming over zaken de stemmen staken, wordt in een volgende vergadering opnieuw gestemd, tenzij spoedeisende besluitvorming is gewenst. De voorzitter bepaalt of er sprake is van een spoedeisend besluit.
**6..** Staken de stemmen opnieuw over hetzelfde voorstel, dan beslist de stem van de voorzitter.
HOOFDSTUK 3
Artikel 13