Het college kan een maatwerkvoorziening weigeren, als:
de cliënt niet één van de personen is als gesteld in artikel 1.3;
als voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een aanspraak op een adequate voorziening op grond van een andere regeling passender is;
deze, gezien de beperkingen van de cliënt, voor zichzelf of anderen onveilig is, anti-revaliderend werkt, niet passend is en/of gezondheidsrisico's met zich meebrengt;
de cliënt niet of onvoldoende meewerkt, of heeft meegewerkt, aan ondersteuning en/of behandelingen die in redelijkheid kunnen of konden worden gevraagd, en hierdoor onnodig een beroep of een te zwaar beroep op een maatwerkvoorziening wordt gedaan;
de voorziening voorzienbaar was en maatregelen konden worden getroffen om de ondersteuningsvraag overbodig te maken of in belangrijke mate te beperken;
de voorziening niet leidt tot extra kosten voor de betreffende cliënt, vergeleken met een vergelijkbare persoon zonder beperkingen;
er ondersteuning is aangevraagd die zal worden verleend buiten Nederland, tenzij het college na voorafgaande goedkeuring van oordeel is dat het inzetten van ondersteuning buiten de landsgrenzen een bijdrage levert aan het behalen van het beoogde resultaat, dat niet in Nederland kan worden behaald;
als de normale afschrijvingstermijn van de eerder vergoede of verstrekte gelijkwaardige voorziening nog niet is verstreken of deze technisch nog niet is afgeschreven, tenzij deze voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen. Het college werkt de afschrijvingstermijnen voor een aantal veel voorkomende maatwerkvoorzieningen in de vorm van een goed, uit in nadere regels;
de cliënt al voor de melding zelf in een met de maatwerkvoorziening overeenkomende oplossing heeft voorzien.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.2
Redenen om een maatwerkvoorziening te weigeren
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Almere 2022