Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregels ‘individuele inkomenstoeslag’

Het college verleent een individuele inkomenstoeslag aan: Belanghebbenden die op peildatum gezien hun omstandigheden geen zicht hebben op inkomensverbetering: zijnde belanghebbenden die 80-100% arbeidsongeschikt zijn; zijnde belanghebbenden met een medische urenbeperking; zijnde alleenstaande ouders die op grond van artikel 9a, eerste lid, van de wet zijn ontheven van de verplichting als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de wet; zijnde belanghebbenden die zijn vrijgesteld van de arbeidsverplichting als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de wet; Belanghebbenden die voldoende inspanning hebben verricht om tot inkomensverbetering te komen, zijnde werkenden, met uitzondering van zij die in het refertejaar door eigen toedoen (gedeeltelijk) ontslag of vermindering van het aantal arbeidsuren heeft genomen of gekregen. Overige belanghebbenden dan genoemd in het eerste en tweede lid, die in het refertejaar voldoende inspanning hebben geleverd om te komen tot inkomensverbetering en geen zicht hebben op inkomensverbetering. Het college verleent géén individuele inkomenstoeslag aan: Belanghebbenden die zicht hebben op inkomensverbetering, zijnde in ieder geval personen die een opleiding als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie als genoemd in de WSF 2000 volgen, of deze in het refertejaar succesvol hebben afgerond. Belanghebbenden die in het refertejaar onvoldoende inspanning hebben geleverd om te komen tot inkomensverbetering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel