Mensenhandel is een vorm van moderne slavernij waarbij slachtoffers worden uitgebuit en soms in aanraking komen met verschillende vormen en gradaties van geweld en/of geweld. Mensenhandel bestaat volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel (NRM) onder andere uit het werven, vervoeren of opnemen en huisvesten van mensen met gebruik van dwang, geweld, misleiding of misbruik. Het doel van de mensenhandelaar is het uitbuiten van een persoon. Er zijn verschillende vormen van mensenhandel waaronder:
Seksuele uitbuiting: het dwingen van iemand tot het verrichten van seksuele handelingen tegen de betaling van geld, kleding of eten om vervolgens deze betaling in te nemen.
Arbeidsuitbuiting: het bewust werven en dwingen van mensen om werk te verrichten in slechte arbeidsomstandigheden en tegen weinig of geen loon.
Criminele uitbuiting: iemand dwingen om te stelen, bedelen of andere criminele activiteiten uit te voeren en deze buit vervolgens innemen.
Gedwongen orgaanverwijdering: iemand dwingen om zijn of haar organen af te staan.
De vormen van mensenhandel worden hierna toegelicht.
Seksuele uitbuiting
We spreken van seksuele uitbuiting, wanneer iemand seksuele diensten en/of handelingen moet verrichten op grond van dwang, (dreiging met) geweld, afpersing, fraude, misleiding of door misbruik van iemands kwetsbare positie. Het gaat om bijvoorbeeld om seksuele handelingen tegen betaling van geld of andere vergoedingen zoals bijvoorbeeld onderdak, kleding, eten of de belofte daarvan. Seksuele uitbuiting omvat onder andere prostitutie, pornografie en seksuele dienstverlening in bijvoorbeeld bars, hotels, kuuroorden, massagesalons en de entertainmentsector. Seksuele uitbuiting vindt ook plaats in woningen en buiten het zicht van anderen.
Een bijzondere vorm van seksuele uitbuiting is de uitbuiting door pooierboys (loverboys). Dat zijn (jonge) mannen en/of vrouwen die ervoor zorgen dat een meisje of vrouw verliefd op en/of afhankelijk van hen wordt. Daarna wordt zij door misleiding, misbruik van kwetsbare positie of onder dwang in de prostitutie tewerkgesteld. Sommige vrouwen gaan vrijwillig aan het werk, in de veronderstelling dat ze met hun inkomsten sparen voor een gezamenlijke toekomst of om schulden af te lossen. Als ze dan willen stoppen, staat de loverboy dat niet toe en blijkt het geld meestal verdwenen. In zo’n geval is er sprake van seksuele uitbuiting. Dit ‘klassieke beeld’ van de loverboy-aanpak komt in de praktijk nu nog steeds voor, maar is aan verandering onderhevig[1]. De (jonge) mannen en/of vrouwen besteden tegenwoordig minder tijd en geld om slachtoffers te versieren en verliefd op hen te laten worden. In de helft van de gevallen hebben ze geen affectieve relatie met het slachtoffer en het komt voor dat slachtoffers nu in minder dan een week geronseld worden. Verder speelt social media een steeds belangrijkere rol. Social media wordt door loverboys gebruikt om contact te leggen met slachtoffers, maar ook om klanten te benaderen. Daarnaast blijkt dat social media ook steeds vaker als middel wordt gebruikt om slachtoffers te bedreigen of onder druk te zetten.
Hoewel uitbuiting binnen de prostitutie de meest voorkomende vorm van seksuele uitbuiting is, zijn er ook vormen van seksuele uitbuiting waarbij geen sprake is van fysiek contact, zoals het gedwongen verrichten van seksuele diensten via een webcam.
Arbeidsuitbuiting
Bij arbeidsuitbuiting worden mensen doelbewust door een vorm van dwang of door misbruik van omstandigheden of van diens kwetsbare positie gedwongen tot het verrichten van arbeid of diensten. Hierbij is er sprake van een ernstige inbreuk op de lichamelijke of geestelijke integriteit en/of persoonlijke vrijheid. Het gaat gepaard met ernstige situaties op de werkvloer, inperking van de vrije keuze, overtreding van de arbeidswetten (onderbetaling, lange werkdagen, weinig rust en slechte arbeidsomstandigheden) en ondermaatse huisvesting. Doordat door het gebruik van dwangmiddelen een reële, vrije keuze wordt onthouden, doet de eventuele instemming van het slachtoffer met de beoogde uitbuiting niet ter zake. Uitbuiting komt in allerlei sectoren voor. Bekende sectoren die extra gevoelig zijn voor uitbuiting zijn: de agrarische sector, de bouw, horeca, slachterijen en schoonmaak. In Westfriesland vormt de agrarische sector ene belangrijke branche omdat er veel arbeidsmigranten in onze gemeenten werken.
Criminele uitbuiting
Bij criminele uitbuiting worden mensen gedwongen, misleid, afgeperst of misbruikt om arbeid of diensten te verrichten die strafbaar zijn gesteld. Denk aan het moeten zakkenrollen, het plegen van diefstal, drugs smokkelen en het knippen van hennep. Maar ook het drugs moeten verkopen op school. De buit gaat vaak naar de uitbuiter/mensenhandelaar. Bij deze vorm van mensenhandel vindt het non-punishment beginsel vaak plaats. Volgens dit principe, wordt voorzien in de mogelijkheid om slachtoffers van mensenhandel niet te vervolgen of bestraffen wegens gedwongen betrokkenheid bij criminele activiteiten die een rechtstreeks gevolg zijn van hun slachtofferpositie. Jeugdigen (ook wel jonge aanwas genoemd) vormen een interessante doelgroep voor het verrichten van deze diensten.
Gedwongen orgaanverwijdering
Gedwongen orgaanverwijdering: elke handeling waardoor iemand onder dwang zijn of haar organen af moet staan. Over deze vorm van mensenhandel is nog weinig bekend, maar meerdere professionals proberen er wel meer zicht op te krijgen. CoMensha[2] registreert sinds 2014 het aantal (pogingen tot) gedwongen orgaanverwijdering die hebben plaatsgevonden binnen én buiten Nederland. Slachtoffers met een niet-Nederlandse nationaliteit worden bij CoMensha geregistreerd wanneer zij in Nederland kenbaar hebben gemaakt (een poging tot) gedwongen orgaan verwijdering te hebben meegemaakt. Tot op heden heeft CoMensha ongeveer 15 registraties van deze vorm van uitbuiting. Er is onvoldoende zicht op de frequentie waarop gedwongen orgaanverwijdering daadwerkelijk voorkomt in Nederland.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.2
Wat is mensenhandel?
Onderdeel van Beleidsplan Aanpak mensenhandel West-Friesland