Het stedelijk gebied is de omgeving waar we in 2040 via diverse gemeentelijke instrumenten (planvorming, projectontwikkelingen, vergunningen, subsidies en eigen beheer) op relatief eenvoudige wijze een bijdrage leveren aan de biodiversiteitsdoelstellingen.
We hebben in 2040 een beleidsinstrumentarium om de bovenstaande visies voor de hoogstedelijke, laagstedelijke en dorpse gebieden te verwezenlijken.
Dit betreft zowel sectoraal instrumentarium voor het eigen groenareaal, als regels voor integrale gebiedsontwikkelingen, planologische regels en stimuleringsmaatregelen voor inwoners en instellingen. De ruimtelijke en landschappelijke structuur is geborgd in de visie Landschap en recreatie. Aanvullend op de functionele opgave van het groen is in deze Natuurvisie de ecologische invulling vormgegeven, daarmee kunnen beide visies niet los van elkaar gezien worden.
Natuurinclusief ontwerpen en inrichten maakt integraal onderdeel uit van ons beleid. Wij hebben een helder beeld van de gewenste biotopen en gewenste natuurtypen bij nieuwe ontwikkelingen; de best bereikbare kwaliteit, omgevingscondities en de DIOR zijn daarbij leidend.
In bestaande versteende wijken wordt bij herinrichtingen altijd gedacht aan biodiversiteit. De stedelijke biodiversiteit is hierdoor in 2040 substantieel toegenomen. Ten eerste in het eigen groenareaal door op biodiversiteit gericht beheer en specifieke inrichting. Onder andere door het behoud van aanwezige grote bomen en langdurige bestaande groene percelen. Ten tweede in de openbare ruimte door investeringen in groene oplossingen voor maatschappelijke opgaven (klimaat, wateroverlast, hittebestrijding, sociale cohesie). Ten derde door het stimuleren van particuliere en private partijen om hun eigendommen groener en biodiverser in te richten.
Een inspirerend voorbeeld voor het streven naar meer biodiversiteit en natuurinclusief bouwen in het stedelijk gebied zien we in het project Wickevoort; een woonwijk in ontwikkeling (2020), gelegen op een landgoed van 42 hectare bij Cruquius in de Haarlemmermeer. Biodiversiteit is meegenomen als integraal onderdeel van de bouw en infrastructuur. Vooruitstrevende ideeën zoals het delen van eigendom van de openbare ruimte, vastleggen van beheer en onderhoud van kenmerkende landschapselementen en het maximaliseren van de verharding in tuinen hebben tot doel de groene delen van het plan duurzaam en in samenspraak met de bewoners te ontwikkelen en behouden.
Wij hebben duidelijk inzicht in het voorkomen van soorten in het stedelijk gebied doordat monitoringsprogramma’s de aanwezige flora en fauna monitoren. Deze data zijn beschikbaar voor iedereen in openbare databanken (bijv. NDFF).
Onderzoeksgegevens voortkomend uit ruimtelijke ontwikkelingen worden centraal verzameld, geregistreerd en beschikbaar gemaakt. Monitoring van beschermde soorten op gemeentelijk niveau en de inzet van soortmanagement plannen zijn instrumenten die samenhang en datadeling borgen en daarmee de maatschappelijke kosten verlagen en de efficiency verhogen.