Ecologische NNN-gebieden en -verbindingen De ecologische NNN-verbindingen koppelen alle NNN-gebieden aan elkaar (zie figuur 5.13). Ze zijn waar mogelijk zodanig breed dat er gemakkelijk recreatief medegebruik kan plaatsvinden. Als dat niet gaat, heeft de natuur voorrang. De voornaamste verbindingen zijn die voor water en moeras. Die lopen dan ook overal door – desnoods via vochtige greppels of paddentunnels – en hebben overal oversteekpunten met plaatselijke infrastructuur. Ook de barrière die gevormd wordt door de Ringvaart is geslecht door de plaatsing van uittreedplaatsen; voorzieningen waardoor soorten de oever kunnen betreden waar dat bij de gebruikelijke steile, gladde beschoeiing niet mogelijk is. Verder zijn er door middel van bosaanplant met biologisch interessante bomen ook overal boomcorridors aangelegd, die bosdieren een veilig onderkomen bieden en vleermuizen faciliteren. De NNN-opgave in de gemeente is gerealiseerd. De NNN-gebieden zijn overal waar dat maar kan, maar altijd met behoud van hun wezenlijke kenmerken en waarden, geschikt voor recreatie.
Figuur 5.12. Een natuurgebied van Staatsbosbeheer (bron: beeldbank Haarlemmermeer).
Figuur 5.13. Een optimaal ingericht NNN in de gemeente.
Intensieve recreatiegebieden
Deze gebieden zijn nadrukkelijk voor de recreatie bedoeld en de natuur lift mee. Biodiversiteit heeft daar vooral een plek op locaties waar geen of weinig mensen zijn: op kleine stukjes groen, langs het water, in de nacht of juist hoog in de bomen. Meestal gaat het om rustigere zones binnen grotere recreatiegebieden, maar soms ook om locaties midden in drukbezochte zones, zoals oeverzwaluwen die gebruik maken van (kunstmatige) broedwanden.
Extensieve recreatiegebieden
Deze gebieden worden gekenmerkt door bossen en open weiden, waterpartijen en overgangen daartussen. Deze gebieden met veel variatie in structuur en omstandigheden, bieden een grote verscheidenheid aan biotopen: bossen met een wateroever, natte bossen, bossen met weiden, veel bosranden. Juist de grote variatie geeft bijzonder veel biodiversiteit op allerlei niveaus; van een grote variatie aan bloemen, via bijzonder veel soorten insecten en spinnen tot aan allerlei vogels en zoogdieren. Denk aan buizerds, ransuilen, haviken en sperwers, wielewaal en nachtegaal. Vossen, hermelijnen, en zelfs reeën. Deze bossen waarin de recreatie extensief is, zijn in de gemeente in aantal en omvang toegenomen.
Figuur 5.14. Recreatiegebieden vervullen een belangrijke rol voor de inwoners maar kunnen ook bij intensief gebruik geschikt zijn voor flora en fauna (bron: beeldbank Haarlemmermeer).
Natuurgebieden
Op sommige plekken vinden we slecht toegankelijke gebieden, die vooral gericht zijn op natuur, maar geen onderdeel uitmaken van het NNN, bijvoorbeeld natte zones en moerassen. Daarin groeien weer allerlei soorten die in het verleden hier ook zijn waargenomen, zoals zomerklokjes en kievitsbloemen naast allerlei orchideeën en dotterbloemen. Daar komen bijzondere insecten op af en er is ruimte voor nieuwe soorten, zoals de otter of bever.
Droge verbindingen
De droge verbindingen bestaan uit bermen, dijken en taluds en bevinden zich vaak langs wegen. Op deze lijnelementen staan bomen. Maar bomen alleen zijn niet genoeg, daarom zijn begeleidende heggen en bosjes aangeplant. Daaronder staat vaak een bloemrijke kruidenberm. Veel polderwegen hebben in 2040 aan minimaal één zijde een ecologisch beheerde grasberm met een gevarieerde kruidenvegetatie of zelfs hagen van inheemse bloeiende struiken. De bermen vormen zo een voedselbron voor insecten en bieden dekking aan kleine zoogdieren en vogels.
Natte verbindingen niet NNN
Deze verbindingen zijn in de toekomst optimaal ingericht, waarbij natuurvriendelijke oevers en het flexibel peilbeheer van het Hoogheemraadschap van Rijnland (het Verbeterd Droogmakerij Systeem) de ideale randvoorwaarden verzorgen voor watergebonden natuurwaarden. Rietkragen, open water en een goede waterkwaliteit bieden biotoop voor rietvogels, amfibieën en watervogels.
De ecologische verbindingen vormen een belangrijke basis voor de biodiversiteit in het landelijk gebied.
Soms zitten er gaten in de bomenrijen, maar dat wordt opgevangen door bosjes aan te planten als stapstenen. Bij inrichting van de verbindingen wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke variatie in biotopen en naar van oorsprong Nederlands plantmateriaal.
Figuur 5.15. Een natte ecologische verbindingszone (bron beeldbank Haarlemmermeer).