De algemeen directeur dienst:
a. is ambtelijk integraal verantwoordelijk voor de algemene leiding van de dienst, met inbegrip van de financiële verantwoordelijkheid voor resultaten en producten, onverlet artikel 4.3;
b. heeft de daartoe benodigde financiële en algemene mandaten en volmachten zoals door het college vastgelegd in de voor zijn dienst toepasselijke hoofdstukken van de gemeentelijke mandaatregelingen. De algemeen directeur dienst krijgt de daartoe benodigde mandaten en volmachten. De (onder)mandaten en (onder)volmachten binnen een dienst worden schriftelijk vastgelegd in een regeling van die dienst;
c. draagt zorg voor een integrale benadering van de werkzaamheden van de dienst en voor de samenwerking binnen de dienst, tussen diensten onderling en met andere stakeholders;
d. stuurt de directeuren binnen de dienst hiërarchisch, functioneel en operationeel aan, met inachtneming van artikel 4.1, eerste lid, onder f;
e. is gehouden aan de concernbrede beleidskaders met betrekking tot bedrijfsvoering en functionele kaderstelling als bedoeld in artikel 4.4;
f. is verantwoordelijk voor de integriteit binnen de dienst en voert onder mandaat van de gemeentesecretaris en algemeen directeur Den Haag de afhandeling van niet-impactvolle integriteitsonderzoeken binnen deze dienst uit, met inachtneming van de impactvolle integriteitszaken zoals geregeld in de Regeling stuurgroep ambtelijke integriteit, uitgezonderd de top 36 en tenzij de stuurgroep Integriteit anders beslist, met advies van de directeur P&O over de sanctionering.