Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.9

Hoogte persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Losser 2022

1.. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. 2.. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen (met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de jeugdige of zijn ouders): personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet (SKJ-register), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. 3.. Van informele hulp is sprake als: de hulp geboden wordt door personen die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2; de hulp geboden wordt door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2, maar tot het sociaal netwerk van de jeugdige en/of zijn ouders horen. 4.. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder is er altijd sprake van informele hulp. 5.. De formele of informele hulpverlener mag niet tevens pgb-vertegenwoordiger zijn. Ook mag de formele of informele hulpverlener geen familie (bloed- en/of aanverwant tot in de tweede graad) zijn van de pgb-vertegenwoordiger. 6.. Het pgb voor formele hulp als bedoeld onder lid 2 bedraagt maximaal 85% van de kostprijs van de in de situatie van de jeugdige of zijn ouders goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend (m.u.v. de module wonen en verblijf voor formeel pgb). 7.. Het pgb voor informele hulp als bedoeld onder lid 3 onderdeel b is gelijk aan het bedrag, zoals genoemd in artikel 5.22, eerste lid, van de Regeling langdurige zorg. 8.. Voor het tarief voor vervoer van en naar de locatie waar groepsondersteuning via formele hulp wordt geboden geldt 85% van het zorg in natura tarief. Voor groepsondersteuning via informele hulp is het tarief gebaseerd op de autokosten volgens het Nibud (miniklasse). 9.. Het college stelt de tarieven die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) jeugdhulp aanbieders, de tarieven omtrent het pgb en de andere bedragen vast in het Financieel besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel