Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf

Artikel 3:13a

Bijzondere intrekkingsgronden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Heerenveen

1.. De burgemeester kan een vergunning voor een seksinrichting intrekken als: in het bedrijf prostituees werkzaam zijn in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; in het bedrijf prostituees werkzaam zijn die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt; aannemelijk is dat in het bedrijf prostituees werkzaam zijn die het slachtoffer zijn van mensenhandel, dan wel onvoldoende zelfredzaam zijn; de exploitant of beheerder niet langer voldoet aan de bij of krachtens artikel 3:5 gestelde eisen. het bedrijfsplan onvoldoende garanties geeft voor de bescherming van de prostituees of niet voldoet aan bij of krachtens artikel 3:4a gestelde regels; de exploitant of de beheerder het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk niet of onvoldoende naleeft; in de seksinrichting strafbare feiten plaatsvinden die een bedreiging vormen voor de orde of veiligheid in of om de seksinrichting; de openbare orde of het woon- en leefklimaat nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting; in strijd wordt gehandeld met door het college gestelde nadere regels als bedoeld in artikel 3:3; de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; in de seksinrichting een escortbedrijf is gevestigd waarvan de vergunning is ingetrokken dan wel dat met toepassing van artikel 3:7 van deze verordening dan wel artikel 13b van de Opiumwet is gesloten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel