Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Relatief verzuim van leerplichtige en kwalificatieplichtige jongeren

Onderdeel van Instructie voor de medewerkers Leerrecht 2022

(artikelen 2, lid 1, 4a, 21, 21a en 22 Leerplichtwet) 1.. De medewerker Leerrecht handelt conform de Methodische Aanpak Schoolverzuim. Indien dit niet mogelijk is, legt de medewerker Leerrecht uit waarom hij een andere aanpak hanteert volgens het “pas toe of leg uit-principe”. 2.. De meldingen van schoolverzuim worden ontvangen door de administratief medewerker of medewerker Leerrecht. Alle scholen melden het verzuim via DUO, waarna automatisch een dossier wordt aangemaakt. 3.. De administratief medewerker of medewerker Leerrecht stelt de ouders schriftelijk op de hoogte van de melding en de consequenties daarvan. 4.. Binnen een week start de medewerker Leerrecht een onderzoek naar de verzuimmelding en neemt daarvoor contact op met de school, en indien nodig met alle betrokken ketenpartners, voor meer achtergrondinformatie en het bepalen van de vervolgacties. 5.. Indien er sprake is van ongeoorloofd verzuim heeft de medewerker Leerrecht een gesprek met de ouders en met de leerling vanaf 12 jaar. Van dit gesprek maakt de medewerker Leerrecht een verslag. Het verslag wordt vastgelegd in het leerlingendossier. De medewerker Leerrecht verstrekt aan de ouders en/of de jongere op hun verzoek een afschrift van het gespreksverslag. 6.. De medewerker Leerrecht onderhoudt zo vaak als nodig contact met de ouders, de jongere en de betrokken school en andere ketenpartners om de verzuimsituatie zo spoedig mogelijk te beëindigen. 7.. De medewerker Leerrecht neemt indien van toepassing deel aan een multidisciplinair overleg waarbij met de ouders en de jonger vanaf 12 jaar, school en ketenpartners wordt overlegd over mogelijke oplossingsrichtingen. 8.. De medewerker Leerrecht legt, wanneer hij dat nodig acht, een huisbezoek af. 9.. De medewerker Leerrecht kan een bemiddelende rol vervullen ten behoeve van de jongere en de ouders bij het zoeken naar een andere school of een zo goed mogelijk passende leerroute. 10.. De medewerker Leerrecht draagt er zorg voor dat een kennisgeving van verzuim binnen een zo kort mogelijke periode wordt afgehandeld. De hoogste prioriteit ligt bij het beëindigen van de verzuimsituatie. 11.. De medewerker Leerrecht koppelt de afronding van de kennisgeving schriftelijk of mondeling terug aan degene die de kennisgeving heeft gedaan en de ouders. De medewerker Leerrecht doet, indien nodig, mededeling van de afhandeling aan derden die bij de verzuimsituatie zijn betrokken met inachtneming van bepalingen in de AVG. 12.. De medewerker Leerrecht sluit de melding af in het verzuimloket van DUO. 13.. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het vierde lid dat er geen sprake is van een vrijstelling, en blijkt dat er sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, dan kan de medewerker Leerrecht een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank zoals omschreven in artikel 20 van deze instructie. Indien de medewerker Leerrecht voornemens is om een melding bij de Sociale Verzekeringsbank te doen, dan roept hij de ouders en de jongere vanaf 16 jaar op voor een gesprek, waarbij hij hen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij voornemens is een melding te doen bij de Sociale Verzekeringsbank. 14.. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het vierde lid dat de leerling niet in Nederland verblijft, dan meldt de medewerker Leerrecht dit aan de Sociale Verzekeringsbank en bevolkingszaken van de gemeente waar de jongere in het BRP staat ingeschreven. 15.. De medewerker Leerrecht kan, indien sprake is van een situatie als beschreven in het vorige lid zich voordoet, het hoofd toestemming verlenen om de leerling af te schrijven. 16.. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het vierde lid dat er geen sprake is van een vrijstelling en blijkt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de jongere die tevens voldoet aan de criteria voor verwijzing naar Bureau Halt, dan kan de medewerker Leerrecht, zelfstandig of na tussenkomst van het Openbaar Ministerie (voor een check of de jongere nog naar Bureau Halt kan), besluiten tot een verwijzing naar Bureau Halt. 17.. Indien de medeweker Leerrecht, die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar, besloten heeft over te gaan tot een verwijzing naar Bureau Halt, dan roept hij de ouders en de jongere vanaf 12 jaar op voor een gesprek, waarin hij toestemming vraagt aan de ouders of jongere vanaf 16 jaar om door te verwijzen naar Bureau Halt. De medewerker Leerrecht stelt middels een verkort proces-verbaal een Haltverwijzing op. De medewerker Leerrecht licht het hoofd van de betreffende school in over de verwijzing en over de afloop van de Haltstraf. 18.. Bij een negatieve afdoening van de Haltstraf kan de medewerker Leerrecht, na overleg met de officier van justitie, een proces-verbaal opmaken. 19.. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het vierde lid dat er geen sprake is van een vrijstelling en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt en komt deze jongere niet meer in aanmerking voor een verwijzing naar Bureau Halt, dan maakt de medewerker Leerrecht, die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar, proces-verbaal op van zijn bevindingen en zendt dit naar de officier van justitie. 20.. Indien de medewerker Leerrecht, die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar, voornemens is proces-verbaal op te maken, roept hij de ouders en de jongere vanaf 12 jaar op voor een gesprek, waarbij hij hen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij voornemens is een proces-verbaal op te maken. Tevens wijst de medewerker Leerrecht de ouders en de jongere op het recht zich bij te laten staan door een raadsman/-vrouw. Het opmaken van een proces-verbaal en het doen van een melding bij de Sociale Verzekeringsbank kan gelijktijdig, maar ook volgende op elkaar plaatsvinden. 21.. De medewerker Leerrecht kan het opmaken van een proces-verbaal achterwege laten en de ouders en de jongere vanaf 12 jaar een schriftelijke waarschuwing geven indien sprake is van: verwijtbaar handelen of nalaten, doch geen kennelijke opzet tot het plegen van een overtreding; een eerste overtreding waarbij sprake is van zorg; of verzuim van lichte aard (overig verzuim volgens DUO), namelijk korter dan 16 uur binnen 4 aaneengesloten weken. 22.. De medewerker Leerrecht kan, indien nodig, de ouders en/of de jongere doorverwijzen naar het wijkteam of een zorgmelding doen bij het Jeugdbeschermingsplein of Veilig Thuis. Alvorens de zorgmelding te doen, kan de medewerker Leerrecht advies vragen aan het Jeugdbeschermingsplein of Veilig Thuis. Indien de medewerker Leerrecht een zorgmelding doet, worden de ouders hierover geïnformeerd. 23.. Zodra de medewerker Leerrecht kennis neemt van schoolverzuim waarvan niet door het hoofd is kennisgegeven, kan de medewerker Leerrecht een signaal afgeven bij de Inspectie van het Onderwijs conform het bepaalde in artikel 24 van deze instructie. 24.. De medewerker Leerrecht kan aan het hoofd gevraagd of ongevraagd advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot het registreren van verzuim en het doen van kennisgevingen van verzuim, met het oog op het bevorderen van een effectief verzuimbestrijdingsbeleid en de rechtsgelijkheid. De medewerker Leerrecht kan het hoofd verzoeken om eerder een kennisgeving van verzuim in te dienen dan de wet voorschrijft indien dat doelmatig is met het oog op verzuimbestrijding. 25.. De medewerker Leerrecht neemt deel aan overleggen over leerlingen waarbij sprake is van langdurig schoolverzuim. 26.. De medewerker Leerrecht kan met het hoofd afspraken maken over de controle van verzuim van leerlingen vlak voor of na een schoolvakantie, het zogenoemde luxe verzuim. 27.. De medewerker Leerrecht neemt deel aan het driehoeksoverleg en de zitting bij de rechtbank of levert de daarvoor benodigde informatie aan bij de officier van justitie, indien een opgemaakt proces-verbaal wordt besproken dan wel behandeld.

Rechtspraak bij dit artikel