Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.10

Inzet goedkoopste adequate voorziening

Onderdeel van Nadere regels (maatwerk) voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

(Gelet op artikel 3.2.1 lid 1 Wmo-verordening 2022) 1.. Indien het college een maatwerkvoorziening noodzakelijk acht, dan wordt de goedkoopste adequate maatwerkvoorziening verstrekt. Hieruit vloeit voort dat: a.. collectieve voorzieningen die adequaat zijn, vóór gaan op individuele voorzieningen; b.. bij de vaststelling van een te verstrekken maatwerkvoorziening in het kader van vervoer, eerst wordt onderzocht of collectief georganiseerde maatwerkvoorzieningen, een passende oplossing kunnen bieden voor de cliënt; c.. een voorziening die overcompenseert en daardoor zelfredzaamheid wegneemt, levert geen passende bijdrage aan de zelfredzaamheid en de participatie. 2.. Bij het verstrekken van voorzieningen gericht op het geschikt maken van de woning van de cliënt, wordt altijd een kostenafweging gemaakt tussen het aanpassen van de huidige woonruimte enerzijds, en de mogelijkheid om te verhuizen anderzijds. De gemeente hanteert daarvoor het begrip primaat van verhuizen, wat inhoudt dat voor een eventuele aanpassing van de woning, eerst wordt bekeken of verhuizen een adequate oplossing biedt. a.. Binnen deze kostenafweging wordt rekening gehouden met de huidige en de voorzienbare aanpassingskosten van de reeds bewoonde woning én de eventuele aanpassingskosten van de nieuwe woning. b.. Indien uit deze kostenafweging blijkt dat verhuizen de goedkoopste adequate voorziening is én het in de verwachting ligt dat de persoon met beperkingen binnen een redelijke termijn in aanmerking komt voor een geschiktere woning, dan is het ondoelmatig om de woning aan te passen en wordt het primaat van verhuizen toegepast, zodat een verhuiskostenvergoeding kan worden toegekend. Als redelijke termijn wordt een periode van 1,5 jaar beschouwd. c.. Van het primaat van verhuizen kan worden afgeweken, als een verhuizing vanuit maatschappelijk oogpunt onaanvaardbaar wordt geacht. Daarvan is bijvoorbeeld sprake in de situatie waarin de cliënt zwaarwegende mantelzorg ontvangt die niet verplaatsbaar is naar een andere woning, als er een medische contra-indicatie is voor verhuizing óf wanneer de psychosociale gevolgen van een verhuizing dermate belastend zijn dat een verhuizing in redelijkheid niet kan worden gevergd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel