(Gelet op § 3.9 artikel 3.9.1 lid 5 Wmo-verordening 2022)
Op grond van de Wmo-verordening gemeente Almere 2022 beperkt het verlenen van woonvoorzieningen zich tot het hoofdverblijf van de persoon met beperkingen. Ten aanzien van een aantal bijzondere woonruimten geldt voor:
Seniorencomplexen of gebouwen gericht op inwoners met een beperking
In algemene ruimtes én de toegang daartoe van complexen voor ouderen en gehandicapten worden vanuit de Wmo geen maatwerkvoorzieningen ingezet. Van bepaalde maatwerkvoorzieningen zoals bijvoorbeeld specifieke drempelvoorzieningen, automatische deuropeners of aansluitkosten voor het opladen van de scootmobiel, mag men redelijkerwijs aannemen dat deze tot de basisuitrusting behoren van een complex waarbij de verhuurder zich richt op een doelgroep van ouderen of gehandicapten.
ADL-woningen en Fokuswoningen
ADL-woningen of Fokuswoningen zijn aangepaste en rolstoeldoorgankelijke huurwoningen, met extra oppervlakte zodat ze geschikt zijn voor zelfstandige bewoning door mensen met een zwaar lichamelijke beperking.
Net als bij de andere complexen voor senioren en inwoners met een beperking, geldt ook voor deze woningen dat er een basisniveau van toegankelijkheid verwacht wordt, gerelateerd aan de doelgroep. Dit geldt voor nagelvaste voorzieningen zoals een plafondlift (indien een tillift niet adequaat goedkoopst is), een (elektrische) voordeuropener en kosten die verband houden met reparatie en vervanging van standaard inrichtings-elementen of bij wijziging van de situatie van de bewoner (bijv. verergering van diens handicap). Nastellingen in een dergelijke woning kunnen inhouden onderhoud (soms), reparatie en vervanging van extra voorzieningen zoals een plafondlift, elektrische deuropeners in de woning, een sproei-föhninstallatie.
Standaard inrichtingselementen onder lid b van dit artikel zijn: keukenonderdelen en bijbehorende kasten, waaronder de ladegeleiders, het schuifblad en de deurscharnieren, kranen, flexibele slangen, vloer, toiletbril, toiletsteunen, een verstelset voor douche en wastafel.
Wanneer in alle redelijkheid hieraan is voldaan, kan een beroep gedaan worden op een voorziening vanuit de Wmo.
Gemeenschappelijke voorzieningen (zo ook automatische deuropeners in de gezamenlijke ruimte) passen niet binnen de reikwijdte van de Wmo.
Over het algemeen zullen woningaanpassingen die niet vanuit de Wmo vergoed worden, onder de Wlz (Wet langdurige zorg) vallen. Deze kosten ervoor zijn dan opgenomen in de budgetten van de ADL aanbieders.
Woonwagens en woonschepen
Voor woonwagens met een vaste standplaats, woonschepen met een officiële ligplaats en het woonverblijf van binnenschepen gelden dezelfde regels als voor zelfstandige woningen. Het college verleent slechts een financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonwagen of woonschip indien:
• de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip nog minimaal vijf jaar is;
• de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt;
• de woonwagen of woonschip ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening bij de gemeente, op de standplaats stond;
• de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is van een huisvestingsvergunning als bedoeld in de Huisvestigingswet.
Aanpassingen moeten passen in het karakter van woonschepen en woonwagens. Aanvragen voor een overdekte overgang van de woonwagen naar het douche-/toiletgebouw komen bijvoorbeeld niet voor een vergoeding in aanmerking, omdat één van de kenmerken van het wonen in een woonwagen is dat het toilet zich buiten de wagen bevindt.
Woonwagens, woonschepen en binnenschepen hebben een kortere levensduur dan woningen. De voorziening kan slechts worden toegekend indien de kosten van de voorziening in redelijke verhouding staan tot de (technische) levensduur van de woonvorm. Hieronder wordt verstaan dat een woonschip en een woonwagen alleen aangepast worden als de resterende technische levensduur minimaal vijf jaar is en de lig- c.q. standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt.
Andere wooncomplexen
Voor alle andere wooncomplexen geldt dat éérst een beroep moet worden gedaan op de woningeigenaar. Als voorzieningen zoals elektronische (lift)deurdrangers en automatische deuropeners in gemeenschappelijke ruimten worden geplaatst, is er doorgaans sprake van een gemeenschappelijke voorziening. Immers ook andere bewoners van het appartementencomplex profiteren van deze verbeteringen.
In Almere vinden wij dat dit gemeenschappelijke belang in de weg staat om een individuele maatvoorziening te verstrekken via de Wmo. De woningeigenaar heeft de verantwoordelijkheid de gemeenschappelijke ruimten naar algemeen aanvaarde (veiligheids-) normen voor alle huurders in het dagelijks gebruik geschikt te maken en te houden.
Uitraaskamer
Dit is een ruimte waarin een kind met beperkingen, die vanwege een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont, zich kan afzonderen of tot rust kan komen.
De volgende woonvoorzieningen zijn mogelijk: het verwijderen van gevaarlijke onderdelen uit de slaapkamer van de persoon met beperkingen, zoals het omhoog brengen van een radiator en het aanbrengen van veiligheidsglas. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling de woning te veranderen in een privékliniek.
• In het algemeen komen woonruimteaanpassingen alleen voor vergoeding in aanmerking als er sprake is van het wegnemen of aanzienlijk doen verminderen van aantoonbare beperkingen bij het normale gebruik van de kamer/woning. Zonder aanpassingen is het onmogelijk deze kinderen (langer) thuis te laten wonen. Een tegemoetkoming in de kosten van een verhuizing, wanneer dit de goedkoopste adequate oplossing is, behoort ook tot de mogelijkheden.
De uitraasruimte is niet bedoeld om overlast voor huisgenoten en omwonenden te beperken.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.11
Nadere regels basisuitrusting woonvoorzieningen
Onderdeel van Nadere regels (maatwerk) voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015