Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.3

Nadere regels ten aanzien van doelmatig, doeltreffend en cliëntgericht

Onderdeel van Nadere regels (maatwerk) voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

(Gelet op artikel 7.4 lid 9 en artikel 10.2 lid 4 Wmo-verordening 2022) Als uitwerking van 7.4 lid 9 van de Wmo-verordening 2022, geldt dat de gecontracteerde aanbieder: ontwikkelt, implementeert, reflecteert, evalueert en stelt bij op passend beleid/richtlijnen t.b.v. de ondersteuningsplannen/werkplannen; stelt het ondersteuningsplan voor de cliënt op in begrijpelijke doelen en deze doelen zijn gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die zelfredzaamheid bevorderen; gaat waar mogelijk uit van de zelfredzaamheid en het zelf oplossend vermogen van de cliënt; formuleert de doelen in het ondersteuningsplan Specifiek Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden; in het ondersteuningsplan komt naar voren welke mogelijkheden de cliënt heeft in het geval van terugval; zorgt dat de cliënt inspraak heeft gehad bij het opstellen van het ondersteuningsplan en dat deze het ondersteuningsplan heeft ondertekend. De afspraken hierin worden in de praktijk nagekomen; registreert structureel de ontwikkeling van de cliënt, de geleverde ondersteuning en eventuele knelpunten; bewaakt, in samenspraak met de cliënt, de voortgang van de te behalen doelen en registreert deze. Het ondersteuningsplan wordt minimaal eenmaal per jaar geëvalueerd en zo nodig bijgesteld; ondersteuning en/of dagactiviteiten zich richten op afstemming met mantelzorgers, familieleden en andere informele ondersteuners/vrijwilligers. Tevens ondersteunen of versterken zij dezen; in het werk/ondersteuningsplan is vastgelegd welke overige hulpverleners, mantelzorger(s) en sociaal netwerk betrokken zijn en welke afspraken er zijn gemaakt; zorgt dat de ondersteuning plaatsvindt in de vorm van praktische hulp en ondersteuning bij het uitvoeren dan wel het ondersteunen bij/oefenen van handelingen/vaardigheden die zelfredzaamheid en participatie tot doel hebben; zorgt dat de ondersteuning aansluit bij de regiemogelijkheden van de cliënt en signaleert veranderende regiemogelijkheden bij de cliënt; zorgt dat in geval van meervoudige, complexe problematiek er een regisseur of coördinator is aangewezen die de nodige samenhang en continuïteit bewaakt; zorgt dat In het dossier de situatie van cliënt (diagnose, persoonlijke omstandigheden en zorgachtergrond) is opgenomen; verzekert dat voor de cliënten te allen tijde duidelijk is wie het aanspreekpunt is bij de beroepskrachten en andere aanbieders die ondersteuning bieden aan cliënt; richt de ondersteuning zowel op de cliënt, als op het gezinssysteem en het sociale netwerk; werkt met een beschreven methodiek, waarbij er ruimte is voor professionele autonomie en innovatie van de ondersteuning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel