Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 9.1

Uitvoeren van controles waaronder rechtmatigheids-, kwaliteits- en fraudeonderzoek.

Onderdeel van Nadere regels (maatwerk) voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

(Gelet op artikel 9.1 lid 3 Wmo-verordening 2022) 1.. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en persoonsgebonden budgetten met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. 2.. Indien het eigendom van een maatwerkvoorziening bij de gemeente Almere of de leverancier blijft en een voorziening in bruikleen aan een cliënt wordt gegeven, gelden de Inkoopvoorwaarden leveringen en diensten van de gemeente Almere en kan de cliënt aangesproken worden op basis van toerekenbare tekortkoming in geval van schade. 3.. Het college kan in bijzondere situaties bij aanbieders van een maatwerkvoorziening een rechtmatigheids- c.q. fraudeonderzoek op dossierniveau laten uitvoeren door de toezichthouder op grond van artikel 6.2 van de wet, volgens de volgende stappen: a.. Bij aanvang wordt bepaald: •. wat de objecten van onderzoek zijn; •. wat de doelstelling van het onderzoek is; •. wat de periode is waar het onderzoek op ziet. b.. Onderzoeken worden uitgevoerd volgens een vooraf bepaald stappenplan/standaard rapport. c.. Indien niet alle relevante dossiers kunnen worden ingezien, vindt een extrapolatie van de onderzoeksbevindingen en het daar mee terug te vorderen bedrag, plaats op basis van een wetenschappelijk verantwoorde steekproef. d.. Deze steekproef is van voldoende omvang, aselect, in de tijd representatief voor de periode waarover de extrapolatie plaatsvindt en vindt per soort gedeclareerde verrichting plaats. 4.. Tenzij de aanbieder van een maatwerkvoorziening het tegendeel bewijst, kan het college, op basis van een rapport uit een rechtmatigheids- c.q. fraudeonderzoek, tot terugvordering van betaalde bedragen of het persoonsgebonden budget, als bedoeld in artikel 2.4.1. lid 1 van de wet, bij een aanbieder van een maatwerkvoorziening of de betrokken inwoner, overgaan, indien uit dit rapport blijkt dat: a.. de aanbieder geld heeft ontvangen voor gedeclareerde zorg die (gedeeltelijk) feitelijk niet is verleend of niet (geheel) conform de gestelde voorwaarden is verleend en aanbieder niet binnen 72 uur na afloop van een CAK-periode melding heeft gedaan bij de gemeentelijke administratie of Pgb-beheerder, om dit te crediteren; b.. een maatwerkvoorziening voor een ander doel is ingezet, dan waarvoor het is toegekend; c.. een maatwerkvoorziening zonder toestemming van het college in het buitenland is ingezet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel