1. Op verzoek van de werkzoekende kan de gemeente een, op grond van artikel 18, lid 5, 6, 7 of 8 Participatiewet, opgelegde maatregel herzien zodra uit de houding en gedragingen van de belanghebbende ondubbelzinnig is gebleken dat hij de verplichtingen alsnog nakomt, tenzij deze is opgelegd in verband met zeer ernstig misdragen (agressie) dan wel tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de voorziening van het bestaan.
2. Voor zowel ingediende verzoeken tot herziening van de maatregel geldt:
a. Het verzoek kan worden ingediend vanaf de datum van de beschikking waarmee de maatregel is opgelegd tot de einddatum van de looptijd van de maatregel.
b. Het verzoek moet schriftelijk of mondeling worden ingediend op de daarvoor aangegeven wijze.
c. In het verzoek moet worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat de betreffende verplichting als bedoeld in artikel 18 lid 4 van de Participatiewet alsnog door belanghebbende ondubbelzinnig wordt nagekomen.