De gemeente streeft naar levendige dorpscentra met extra aandacht voor dynamische kleinschaligheid. Vanuit dit oogpunt kunnen standplaatsen een substantiële rol spelen in de winkelgebieden. Door het clusteren en concentreren van standplaatsen in het centrumgebied, en het beperken van het aantal dagen waarop standplaatsen zijn toegestaan, kan deze ambulante vorm van detailhandel een rol vervullen als kleinschalige, lokale warenmarkt. Deze ‘minimarkt’ draagt bij aan de lokale aantrekkingskracht van de centra, primair voor de dorpsbewoners en in het seizoen ook voor recreanten.
Gemeente Midden-Delfland hanteert uniforme kaders voor standplaatsen op de vastgestelde standplaatslocaties (paragraaf 4.1), om rechtsgelijkheid en duidelijkheid aan de standplaatshouders te bieden. Op het drijven van straathandel zijn naast regels van de APV aanvullende regels van toepassing. Deze regels stellen vanuit andere motieven eisen aan de straathandel, bijvoorbeeld omtrent hygiëne en veiligheid voor standplaatshouders met een bakinrichting. Te noemen zijn onder andere de Wet Ruimtelijke Ordening, de Winkeltijdenwet, de Warenwet, en de Wet Milieubeheer (zie bijlage 1). De gemeente hanteert een maximumstelsel voor het aantal vergunningen voor standplaatsen. Standplaatshouders die de grootste meerwaarde bieden, krijgen bij de vergunningaanvraag voorrang. Dit wordt beoordeeld aan de hand van een vooraf bekendgemaakt beoordelingskader (paragraaf 5.5.1).
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.4
Dynamiek en ruimte binnen kaders: ‘minimarkten’
Onderdeel van Gemeente Midden-Delfland - Beleidsnotitie Standplaatsen Midden-Delfland 2022