Ter voorkoming van milieuschade en brandgevaar worden er voorwaarden verbonden aan de ontheffing:
Het college verleent ontheffing voor het ter plaatse verbranden van snoeiafval afkomstig van zieke (fruit)bomen.
Het is verboden:
stamhout en boomstronken te verbranden
overige afvalstoffen te verbranden
het stoken binnen een bedrijf (inrichting)
De ontheffing wordt verleend voor maximaal twee keer per jaar per locatie voor een looptijd van 4 weken, in de periode van 15 oktober tot en met 15 maart.
Het snoeiafval moet worden gestookt in een vuurton met een inhoud van maximaal 200 liter. Per perceel en per eigenaar mag er maximaal 1 vuurton gebruikt worden.
De stookplaats bevindt zich op een afstand van meer dan 30 meter van:
een gebouw/bouwwerk/bouwsel zoals tent ed.
een opstapeling van oogstproducten
brandbare goederen
een vaar- en autoweg.
De stookplaats bevindt zich op een afstand van meer dan 100 meter van:
(brandbare) natuur zoals bos, houtwal en heide
een met riet gedekt gebouw
opslagen met gevaarlijke stoffen.
Over een afstand van 3 meter rondom de stookplaats mag geen begroeiing staan. De ondergrond moet beschermd worden met zandlaag.
Het stoken mag alleen bij daglicht plaatsvinden, tussen zonsopgang en zonsondergang.
Bij het ontsteken van het vuur mag geen gebruik gemaakt worden van aardolieproducten/brandbare vloeistoffen, zoals benzine, petroleum of oliën. Daarnaast mogen gemakkelijk opstijgende brandstoffen zoals bladeren, papier, houtwol en hooi niet worden gebruikt als brandstof.
Minimaal 2 uur voor de verbranding moet de exacte tijd worden doorgegeven aan de brandweer: Regionale Alarm Centrale tel: 0880612435.
De verbranding van snoeihout is niet toegestaan, indien:
door het KNMI windsterkte voorspeld wordt hoger dan windkracht 5 of als er sprake is van overlast voor omwonenden en verkeer;
de Veiligheidsregio Utrecht, in verband met de droogte, een negatief stookadvies heeft afgegeven;
door stookalert.nl van het RIVM een negatief stookadvies is afgegeven;
of door mist het zicht minder is dan 200 meter.
In de onmiddellijke nabijheid moeten voldoende preventieve brandblusmiddelen aanwezig zijn, zoals water en/of zand om een brand in een vuurton te doven en minimaal één blustoestel met een inhoud van 6 kg blusstof om kleine gevolgbrandjes in de directe omgeving te kunnen blussen.
Tijdens het stoken dient er een volwassene aanwezig te zijn die constant toezicht houdt op het vuur om gevaar, schade of overlast ten gevolge van het branden te voorkomen of te beperken.
Alle aanwijzingen en bevelen die door of namens de brandweer, opsporingsambtenaren van de politie of toezichthouders van de gemeente/ODRU worden gegeven, dienen steeds exact en onmiddellijk te worden opgevolgd.
De verbrandingsresten van het snoeiafval moeten uiterlijk 48 uur na het stoken geheel zijn verwijderd op verantwoorde wijze.
De ontheffing moet kunnen worden getoond tijdens het stoken van het vuur.
Artikel 2.
Voorwaarden
Onderdeel van Beleidsregels voor het verbranden van snoeiafval in de open lucht van de gemeente Wijk bij Duurstede